De kumquat is een kleine citrusvrucht met een opvallend uiterlijk en een bijzondere eigenschap: je eet hem met schil en al. Oorspronkelijk komt de vrucht uit Azië, maar de laatste jaren wint hij snel terrein in Spanje. Vooral in het Middellandse-Zeegebied groeit de interesse bij zowel consumenten als telers.
Wat de kumquat zo speciaal maakt, is de smaakcombinatie. De schil is zoet, terwijl het vruchtvlees fris en licht zuur is. Daardoor is de vrucht populair in de gastronomie, bijvoorbeeld in desserts, salades en cocktails. Daarnaast bevat de kumquat veel vitamine C, antioxidanten en vezels, wat hem aantrekkelijk maakt voor mensen die bewust willen eten.
Lange tijd werd de kumquat vooral gezien als sierboom. Door zijn compacte formaat, glanzende bladeren en feloranje vruchten was hij geliefd in tuinen en op terrassen. De boom kan bovendien beter tegen lagere temperaturen dan veel andere citrusbomen, wat hem geschikt maakt voor het Spaanse klimaat.
De afgelopen tien jaar is de teelt steeds professioneler geworden. Door de groeiende vraag vanuit Europese landen hebben steeds meer boeren besloten om kumquats commercieel te verbouwen. Daarmee is de vrucht uitgegroeid van een nicheproduct tot een serieus alternatief binnen de citrusteelt.
De meeste kumquats in Spanje worden geteeld in Andalusië, de regio Valencia en Murcia. Deze gebieden bieden de ideale omstandigheden met milde winters, veel zonuren en geschikte bodems. Voor telers is de kumquat interessant, omdat hij minder concurrentie heeft dan sinaasappels en mandarijnen en vaak een hogere verkoopprijs oplevert.
De opmars van de kumquat laat zien dat er ruimte is voor nieuwe en minder bekende gewassen. Door zijn combinatie van decoratieve waarde, smaak en commerciële kansen lijkt de kumquat een blijvende plek te veroveren binnen de Spaanse landbouw.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano