De koffers staan alweer klaar in veel Nederlandse huishoudens. De komende weken trekt ongeveer de helft van de Nederlanders eropuit voor de meivakantie. Campings lopen vol, vakantiehuizen zijn al maanden geleden vastgelegd en ook de snelwegen richting het buitenland zullen weer druk worden. Toch is er dit jaar iets anders dan anders.
Spanje blijft zonder twijfel een van de grote favorieten onder Nederlandse vakantiegangers. Dat vertrouwde beeld van zonovergoten stranden, levendige terrassen en lange avonden buiten eten blijft onweerstaanbaar. Maar wie beter kijkt naar de cijfers, ziet dat Spanje een plekje heeft moeten inleveren. Na Nederland zelf staan nu Duitsland en België hoger op de lijst van populairste bestemmingen.
Die verschuiving komt niet helemaal uit de lucht vallen. Uit de ANWB Vakantiemonitor blijkt dat Nederlanders steeds vaker kiezen voor bestemmingen dichter bij huis. Duitsland en België zijn snel bereikbaar, vaak goedkoper en lenen zich goed voor kortere vakanties. Even een weekje weg of zelfs een paar dagen tussendoor, dat soort trips winnen terrein. Toch is het verhaal daarmee niet compleet. Spanje blijft namelijk opvallend goed scoren, ondanks die lagere positie. Dat heeft alles te maken met een grote groep trouwe fans. Veel Nederlanders keren jaar na jaar terug naar dezelfde regio of zelfs dezelfde accommodatie. Voor hen voelt Spanje bijna als een tweede thuis. Die loyaliteit houdt het land stevig in de top, ook als de concurrentie dichterbij groeit.
Op de achtergrond speelt nog een andere ontwikkeling. Minder Nederlanders kiezen voor het vliegtuig. Die trend is duidelijk zichtbaar in de cijfers van de ANWB Vakantiemonitor. Vliegtickets zijn duurder geworden en de herinneringen aan drukke luchthavens en vertragingen zitten bij veel reizigers nog vers in het geheugen. Daar komt bij dat milieubewustzijn bij een groeiende groep een rol begint te spelen, al blijft dat voor iedereen anders wegen.
De auto profiteert daarvan. Steeds meer mensen stappen in en rijden zelf naar hun vakantiebestemming. Dat vraagt misschien wat meer tijd en planning, maar geeft ook vrijheid. Je vertrekt wanneer je wilt, maakt stops onderweg en zit niet vast aan strakke schema’s. Vooral gezinnen lijken die flexibiliteit te waarderen. En eerlijk is eerlijk, met meerdere personen kan het ook financieel gunstiger uitpakken.
Voor Spanje betekent dit dat het type reis een beetje verandert. Waar vroeger veel mensen voor een korte vliegvakantie gingen, kiezen sommigen nu voor een langere autoreis. Dat zie je terug in hoe vakanties worden ingevuld. Minder vaak even snel een weekje, en vaker twee of drie weken uitgebreid genieten. De populariteit van Spanje staat daarmee niet echt onder druk, maar krijgt wel een andere vorm. Het land blijft aantrekkelijk door de combinatie van klimaat, cultuur en gastvrijheid. Alleen de route ernaartoe verandert voor een deel van de reizigers.
Ondertussen blijven Duitsland en België profiteren van hun ligging. Voor een groeiende groep Nederlanders is dichtbij ineens aantrekkelijker dan ver weg. Dat wil niet zeggen dat Spanje uit beeld verdwijnt. Integendeel, het blijft een vaste waarde op de vakantielijst.
En als je het zo bekijkt, is er misschien minder veranderd dan het lijkt. Nederlanders gaan nog steeds massaal op vakantie. Alleen de keuzes onderweg, die worden net iets bewuster gemaakt.
