Spanje groeit door naar record van bijna 49,7 miljoen inwoners
In Nederland, en waarschijnlijk ook België, hoor je vaak dat het land te vol is. Er zijn te veel inwoners per vierkante kilometer. Geldt dat voor Spanje ook? Nou, niet echt. Ikzelf woon in Aragón, een autonome regio die groter is dan de oppervlakte van Nederland, maar de regio heeft slechts 1,6 miljoen inwoners, waarvan het merendeel in de grotere steden Zaragoza, Huesca en Teruel. Alles wat daar tussen ligt, is rustig en uitgestrekt. En dat is ook Spanje, het land waar meer dan 90 procent in de grote steden en langs de kust woont, en dat is slechts 0,2 procent van de oppervlakte van Spanje. En toch stijgt het aantal inwoners elk jaar gestaag.
Spanje telt meer inwoners dan ooit. Op 1 april woonden er 49.687.120 mensen in het land, een nieuw historisch record. En die groei is in het straatbeeld goed te zien. In Madrid klinkt op de terrassen rond de Puerta del Sol steeds vaker Latijns-Amerikaans Spaans, in Valencia openen nieuwe cafés in wijken die tot voor kort stil vergrijsden, en aan de Costa Blanca vullen arbeidsmigranten opnieuw de gaten in horeca, zorg en bouw. Spanje groeit niet door geboortes. Spanje groeit door migratie.
Volgens berichtgeving op het nieuwsmedium Servimedia, op basis van voorlopige cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE, kwamen er in het eerste kwartaal 97.021 inwoners bij. De reeks loopt terug tot 1971.
Daarmee zet Spanje een demografische lijn voort die het land ingrijpend verandert. In 1974 passeerde Spanje de grens van 35 miljoen inwoners, in 1997 de 40 miljoen en in 2007 de 45 miljoen. Alleen tussen 2013 en 2016 daalde het inwonertal vier jaar op rij, in de nasleep van de financiële crisis, toen veel Spanjaarden en migranten hun geluk elders zochten.
Volgens de INE-cijfers van januari 2025 (laatste update) wonen er officieel nu 62.896 Nederlanders en 44.644 Belgen in Spanje.
De motor achter de huidige groei is duidelijk. Het aantal mensen dat in het buitenland is geboren, steeg verder naar 10.154.722. Dat cijfer ligt hoger dan het aantal inwoners met een buitenlandse nationaliteit, omdat veel migranten inmiddels een Spaans paspoort hebben gekregen. Spanje kent, net als Nederland en België, een vergrijzende bevolking en lage geboortecijfers. Het verschil is dat Spanje de laatste jaren bijzonder sterk leunt op nieuwkomers uit Latijns-Amerika en Noord-Afrika, mede door taal, familiebanden en de vraag naar personeel in diensten, landbouw en toerisme.
Het aantal buitenlanders nam in drie maanden toe met 94.182 tot 7.346.414. Het aantal inwoners met de Spaanse nationaliteit groeide slechts met 2.839.
Colombianen vormden de grootste groep nieuw aangekomen migranten, met 38.600 personen. Daarna volgden Marokkanen met 25.700 en Venezolanen met 21.200. Tegelijkertijd vertrokken ook mensen: vooral Marokkanen, Colombianen, Venezolanen en Roemenen. Dat heen-en-weer past bij Spanje, waar migratie vaak meebeweegt met werkseizoenen, familiehereniging en economische kansen.
Niet overal groeit het land even hard.
De sterkste relatieve groei zat in de Valencia-regio, Castilla-La Mancha en Murcia. Dat is veelzeggend. Het zijn regio’s waar betaalbaar wonen, landbouw, logistiek en kusttoerisme samenkomen. Torrevieja groeide in 2025 met 4,6 procent het hardst onder de grote steden, terwijl Cádiz, Córdoba en Santa Coloma de Gramenet juist inwoners verloren. Spanje wordt voller, maar niet gelijkmatiger.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.