SpanjeVandaag is de eerste en grootste digitale krant met actueel en dagelijks nieuws over Spanje in het Nederlands.

Openbaar vervoer in Spanje: voor vijf miljoen mensen simpelweg geen optie

Door Remco Stoffer | 20 mei 2026 om 15:05 | 4 min. leestijd
Openbaar vervoer in Spanje: voor vijf miljoen mensen simpelweg geen optie
© depositphotos

Spanje heeft een van de slechtste toegangsrecords tot het openbaar vervoer in Europa. Dat blijkt uit een nieuw rapport van milieuorganisatie Greenpeace, gepubliceerd op 19 mei 2026. Maar liefst 61 procent van de bevolking stapt nooit in een bus of trein, of doet dat hooguit eens per maand. Ruim vijf miljoen mensen (zo’n 10 procent van de bevolking) kunnen het openbaar vervoer helemaal niet gebruiken, omdat het simpelweg niet bestaat in hun omgeving, de frequentie te laag ligt, of de dienstregelingen niet aansluiten op hun dagelijkse leven.

Het rapport heet Movilidad en precario: radiografía de la pobreza en el transporte en Europa (Mobiliteit op wankele basis: een röntgenfoto van vervoersarmoede in Europa) en analyseert elf indicatoren in 33 Europese landen. Nieuwsmedium Infobae berichtte vandaag uitgebreid over de bevindingen. De onderzoekers definiëren vervoersarmoede als de situatie waarin iemand niet het minimale niveau van mobiliteit kan bereiken dat in een moderne samenleving als normaal geldt. Het gaat dan om basiszaken: naar het werk kunnen komen, een familielid naar de dokter brengen, boodschappen doen.

Twee keer zoveel auto-afhankelijkheid als het Europees gemiddelde

Eén cijfer springt er echt uit. Zo’n 10 procent van de Spanjaarden is volledig afhankelijk van een eigen auto, simpelweg omdat er geen openbaar vervoer beschikbaar is. Dat is bijna het dubbele van het Europees gemiddelde van 6,5 procent. Alleen Griekenland scoort slechter. Bovendien nam dit percentage tussen 2018 en 2024 nog toe met 1 procent; de trend gaat dus de verkeerde kant op.

Cristina Arjona Molina, coördinator van de mobiliteitscampagne bij Greenpeace, zet het scherpst neer: “Er zijn mensen die afzien van basisbehoeften om een auto te kunnen betalen, omdat ze geen behoorlijk openbaar vervoer hebben voor hun dagelijkse verplaatsingen, zoals naar het werk gaan of een familielid naar de dokter brengen. Dat is een val voor de portemonnee én voor het klimaat.”

Voor Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen of overwegen te emigreren is dit een praktisch punt om rekening mee te houden. De kosten van levensonderhoud in Spanje liggen weliswaar lager dan thuis, maar wie buiten de grote steden gaat wonen, heeft in veel gevallen simpelweg een auto nodig. Verplichte autokosten kunnen het financiële voordeel van emigreren snel wegvagen — iets om goed bij stil te staan als je uitrekent hoeveel je nodig hebt om in Spanje te leven.

Op het platteland is het vervoersprobleem acht keer groter

De kloof tussen stad en platteland is enorm. In landelijke gebieden kampt 27 procent van de mensen met onvoldoende toegang tot openbaar vervoer. In steden is dat slechts een fractie daarvan. De oorzaak ligt volgens het rapport niet alleen bij de geografische spreiding, maar ook bij jarenlange gebrekkige ruimtelijke ordening en de oplopende problemen op de woningmarkt, die mensen steeds verder van hun werk drijven.

Dat raakt direct aan een trend die de afgelopen jaren sterk leeft onder Nederlanders en Belgen: wonen op het Spaanse platteland. Diverse Spaanse regio’s lokken nieuwe bewoners zelfs met flinke subsidies, maar het ontbreken van openbaar vervoer is precies het soort praktische drempel dat in de folders zelden wordt vermeld.

Pendeltijden boven Europees gemiddelde

Bijna 2,2 miljoen werkenden, goed voor bijna 10 procent van de beroepsbevolking, reist dagelijks meer dan een uur naar het werk. Dat percentage ligt hoger dan het Europese gemiddelde van 8 procent. Het rapport maakt duidelijk dat dit geen individueel probleem is: het is een structureel gevolg van slechte aansluiting tussen woongebieden en werklocaties.

Vervoer als privilege voor de lagere inkomens

De financiële kant van het probleem is al even schrijnend. Van de huishoudens met lage of middeninkomens geeft 14 procent een deel van hun budget uit aan vervoer dat tweemaal de nationale mediaan bedraagt. En 15 procent van die groep spendeert meer dan 6 procent van het totale inkomen aan mobiliteit. Openbaar vervoer is daarmee geen democratisch alternatief voor de auto, maar in de praktijk een voorziening die beter bereikbaar is voor mensen die het minder hard nodig hebben.

De Spaanse overheid probeert het tij te keren. Zo ging begin dit jaar een nieuw nationaal vervoersabonnement van start waarmee je voor 60 euro per maand door heel Spanje kunt reizen met bepaalde treinen en bussen. Een stap in de goede richting, maar de cijfers van Greenpeace laten zien hoe groot de achterstand nog is, zeker buiten de steden, waar de Spaanse busbedrijven zelf al jaren waarschuwen voor een verdere afkalving van het netwerk.

Op Europees niveau is het beeld niet beter. In negen van de tien onderzochte landen gebruikt meer dan de helft van de bevolking het openbaar vervoer niet regelmatig. De energiecrisis en inflatie, mede aangewakkerd door het conflict in Iran, drukken zwaar op de transportkosten. Spanje scoort overigens beter dan het Europees gemiddelde op het punt van toegankelijkheid voor mensen met een beperking en veiligheid in het openbaar vervoer. Maar dat is een magere troost voor de vijf miljoen die er simpelweg niet bij kunnen.

Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.

Toegankelijkheid