De EU beschuldigt Spanje opnieuw van discriminatie: niet-residenten missen belastingkorting op huurinkomsten
De Europese Commissie breidt haar onderzoek tegen Spanje uit, omdat niet-residenten geen belastingkorting krijgen op huurinkomsten. Spanje krijgt twee maanden om de discriminatie op te lossen.
Wie als buitenlander een woning in Spanje verhuurt zonder er fiscaal te wonen, betaalt belasting over vrijwel de volledige huuropbrengst. Spanjaarden en andere residenten mogen een fors deel van die opbrengst aftrekken, niet-residenten niet. Volgens de Spaanse vastgoedwebsite Idealista heeft Brussel daarom een al jaren lopend onderzoek tegen Madrid verder aangescherpt.
De zaak draait om de IRPF (Impuesto sobre la Renta de las Personas Físicas, de Spaanse inkomstenbelasting). Residenten kunnen tot zestig procent van de belastbare huurinkomsten aftrekken, terwijl wie in het buitenland woont die korting volledig misloopt. De Commissie ziet daarin een beperking van het vrije verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie en noemt het ronduit discriminatie.
Waarom grijpt Brussel nu opnieuw in?
Het conflict is niet nieuw. Al in maart 2019 stuurde de Commissie een eerste aanmaningsbrief naar de Spaanse autoriteiten met het verzoek de ongelijkheid recht te zetten. Madrid liet die kans liggen. In 2025 paste de regering de regels wel aan, maar volgens Brussel loste dat niets op. De nieuwe aftrekposten, die kunnen oplopen van twintig tot negentig procent van de belastbare grondslag, gelden namelijk opnieuw alleen voor residenten.
De Hacienda (de Spaanse belastingdienst) houdt zo een systeem in stand dat de Commissie al zeven jaar als onrechtmatig bestempelt. Dat raakt direct aan de manier waarop buitenlanders als niet-resident belasting betalen over hun Spaanse inkomsten.
Wat betekent dit voor Nederlanders en Belgen?
Voor de vele Nederlanders en Belgen met een tweede huis aan de costa’s is dit geen abstracte Brusselse kwestie. Wie zijn appartement een deel van het jaar verhuurt, geeft die inkomsten op via het beruchte Modelo 210-formulier. EU-burgers betalen daarover negentien procent, maar zonder de aftrek die een Spanjaard wél krijgt, valt de aanslag hoger uit.
Het verschil zit hem in de fiscale woonplaats. Pas wie meer dan 183 dagen per jaar in Spanje verblijft, geldt als resident, met alle gevolgen van dien. De Spaanse fiscus kijkt daarbij steeds scherper toe, zoals bleek toen de belastingdienst 22.000 euro opeiste van een buitenlander op basis van die 183-dagenregel.
Speelt dit ook bij andere belastingen?
De ongelijke behandeling van niet-residenten staat niet op zichzelf. Ook rond pensioenen leidt het tot vragen, getuige het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Spanje dat gepensioneerden hoofdbrekens bezorgt. En wie vermogen aanhoudt, merkt dat de regels per regio sterk verschillen, iets wat we eerder uitlegden in ons overzicht over de vermogensbelasting en box 3.
Hoe gaat het nu verder?
Brussel geeft Spanje twee maanden de tijd om te reageren en de gebreken te herstellen. Gebeurt dat niet, dan volgt een dictamen motivado (een met redenen omkleed advies), de laatste formele waarschuwing voordat de zaak naar het Tribunal de Justicia de la UE (het Hof van Justitie van de Europese Unie) gaat. Een veroordeling daar zou Spanje kunnen dwingen de regels alsnog gelijk te trekken.
Voor verhuurders blijft het verstandig de eigen situatie goed bij te houden. De regels rond verhuur veranderen sowieso voortdurend; zo werd onlangs nog het nationale register voor vakantieverhuur geschrapt. Tot Madrid de fiscale ongelijkheid wegneemt, betalen niet-residenten over hun huurinkomsten meer dan hun Spaanse buren.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp and Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.