Met pensioen op je 69e? Spanje overweegt het – en dat kost je meer dan 25.000 euro
Vanaf 2027 is de officiële pensioenleeftijd in Spanje 67 jaar, maar in de politieke wandelgangen wordt voorzichtig al gesproken om dit eventueel te verhogen naar 69 jaar. Dat zou betekenen dat ook Nederlanders en Belgen die in Spanje werken in de toekomst wellicht extra jaren moeten werken. Maar experts en economen zijn van mening dat dit in het nadeel is van de werknemers, die in totaal 25.000 euro aan pensioeninkomsten zouden missen. Het risico op armoede onder ouderen neemt toe als de arbeidsmarkt niet meebeweegt. We leggen het in dit artikel uit.
Het Spaanse pensioenstelsel staat opnieuw volop in de schijnwerpers. De vergrijzing gaat razendsnel, de babyboomgeneratie stroomt massaal uit en er komen te weinig jongeren de arbeidsmarkt op om dat op te vangen. Dat zet het omslagstelsel — waarbij werkenden de pensioenen van gepensioneerden betalen — flink onder druk. Terwijl de pensioenleeftijd in Spanje vanaf 2027 al naar 67 jaar gaat voor wie minder dan 38,5 jaar heeft gewerkt, klinkt nu steeds luider de vraag: moet die grens naar 69?
De discussie is niet puur theoretisch. Economen en pensioensexperts, onder wie analisten van BBVA (een van Spanje’s grootste banken), hebben doorgerekend wat zo’n verdere verhoging in de praktijk zou betekenen. De uitkomst is ontnuchterend: wie langer werkt, ontvangt een iets hogere maandelijkse uitkering, maar haalt in totaal minder geld op. Voor Nederlanders en Belgen die in Spanje werken of van plan zijn zich hier te vestigen, is dit nieuws direct relevant — ook hun pensioenopbouw in het Spaanse stelsel kan door toekomstige wetgeving worden geraakt.
Langer werken, minder opstrijken
De rekensom lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: wie langer werkt, bouwt meer op. Maar de werkelijkheid is weerbarstig. BBVA berekende dat iemand die nu op 67-jarige leeftijd met pensioen gaat, gemiddeld nog zo’n twintig jaar van zijn uitkering geniet. Bij een pensioenleeftijd van 69 slinkt die periode tot achttien jaar.
Die twee jaar minder uitkering tellen hard op. Het maandbedrag stijgt door twee extra werkjaren weliswaar licht — van gemiddeld 1.569 euro naar ongeveer 1.632 euro per maand, een stijging van zo’n 4 procent — maar het totale plaatje valt negatief uit. Over de gehele pensioenperiode loopt de gepensioneerde meer dan 25.000 euro aan inkomsten mis.
De zogenaamde tasa de retorno (het rendement op ingelegde premies) daalt hierdoor met 0,2 tot 0,4 procentpunt. Simpel gezegd: wie nu voor elke ingelegde euro tussen 1,50 en 1,70 euro terugkrijgt, zou bij een pensioenleeftijd van 69 nog slechts 1,39 tot 1,44 euro ontvangen. Meer jaren werken en bijdragen aan het systeem, maar er minder uithalen. Dat is de harde kern van dit verhaal.
Wie het hardst wordt geraakt
De gevolgen zijn niet voor iedereen gelijk. Wie met een onregelmatige loopbaan zit — een late start op de arbeidsmarkt, flexibele contracten, periodes van werkloosheid — heeft vaak net niet genoeg dienstjaren om van gunstigere regelingen te profiteren. Juist voor deze groep pakt de rekensom het slechtst uit. Ze bereiken de hogere pensioenleeftijd met een relatief lage opbouw én ontvangen daarna korter een uitkering.
Dat probleem speelt in Spanje al langer. De gemiddelde feitelijke pensioenleeftijd ligt momenteel rond de 65,3 jaar, nog altijd iets onder de wettelijke grens. Veel mensen proberen eerder te stoppen, al dan niet gedwongen door gezondheid of ontslag. Als die ontsnappingsroute verder wordt afgesloten, komen zij in een moeilijk parket.
Armoederisico neemt toe
Pensioensexperts van BBVA waarschuwen voor een concreet gevaar: meer armoede onder ouderen. In Spanje vinden duizenden vijftigers en zestigers na een ontslag nauwelijks meer werk. Als de pensioenleeftijd verder wordt opgeschoven, belanden zij jarenlang in een niemandsland: te jong voor pensioen, te oud voor de arbeidsmarkt. Ze zijn dan aangewezen op bijstandsuitkeringen of het Ingreso Mínimo Vital (het Spaanse bestaansminimum).
Analisten vrezen ook een zogenaamd vluchteffect: mensen die zich vervroegd willen laten pensioneren om toekomstige, strengere sancties te ontlopen. Vervroegde pensionering is na de hervormingen van 2021 al fors teruggedrongen, terwijl het aantal uitgestelde pensioenen juist verdubbeld is en nu ruim 11 procent van het totaal uitmaakt.
Zwaar werk houdt geen 69 vol
In sectoren als de bouw, horeca, industrie en zorg is het simpelweg niet realistisch om tot je 69e door te ploegen. De fysieke slijtage in die beroepen is te groot. Wie in die sectoren werkt — en dat geldt voor een fors deel van de Spaanse arbeidsmarkt — haalt de eindstreep in veel gevallen niet zonder serieuze gezondheidsgevolgen. Voor Nederlandse en Belgische emigranten die hier in de bouw of toeristische sector werken, is dat geen abstract risico, maar dagelijkse realiteit.
Analisten waarschuwen dat de rekening van de vergrijzing zo eenzijdig op de schouders van werknemers wordt gelegd, zonder dat er tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in productiviteitsverbetering, omscholing of betere arbeidsomstandigheden voor oudere medewerkers. De politiek kan de pensioenleeftijd verhogen, maar als de arbeidsmarkt daar niet op is ingericht, lost het niets op — het verschuift het probleem alleen.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.