SpanjeVandaag bezoekt: Cáceres en Trujillo in het hart van Extremadura
Cáceres viert in 2026 veertig jaar UNESCO-werelderfgoed met een heel jaar aan festiviteiten. Onze redactie trok naar Extremadura en bezocht behalve Cáceres ook Trujillo, met overnachtingen in de Paradores (staatshotels) van dat laatste stadje en Plasencia.
Wie denkt dat Spanje begint en eindigt bij de kust, heeft Extremadura nog niet gezien. De regio grenst aan Portugal, geldt als de minst bevolkte van heel Spanje en herbergt twee steden die je zomaar honderden jaren terug in de tijd slingeren: Cáceres en Trujillo. Onze redactie reisde er dit voorjaar naartoe, precies in het jaar dat Cáceres veertig jaar UNESCO-erkenning viert.
Op 26 november 1986 kende de UNESCO-vergadering in Parijs de titel Ciudad Patrimonio de la Humanidad (Werelderfgoedstad) toe aan Cáceres. Het was destijds de eerste stad in Extremadura die deze status kreeg. Wethouder Ángel Orgaz noemde de erkenning eerder dit jaar tijdens de toerismebeurs Fitur een breekpunt: de manier waarop de stad naar zichzelf kijkt, veranderde er blijvend door. Cáceres viert het jubileum met onder meer ballonvaarten over de monumentale stad en het gastheerschap van de vergadering van de vijftien Spaanse werelderfgoedsteden.
Waarom is Cáceres zo bijzonder?
De Ciudad Monumental (monumentale stad) van Cáceres is een gesloten capsule van geschiedenis. Romeinen, Visigoten, moslims en christenen lieten er allemaal hun sporen achter, en dat zie je terug in bijna elke steen. Straten, pleinen, paleizen, kerken en stadsmuren zijn in een verbluffende staat bewaard gebleven, wat de stad ook aantrekkelijk maakte als filmlocatie. Wie hier rondloopt, wandelt tegelijk door de zestiende eeuw, alsof er niets is veranderd.
Van de zowat dertig torens uit de islamitische periode is de Torre del Bujaco de bekendste. De stad telt daarnaast talloze versterkte huizen en paleizen, een architectonische mix van islamitische kunst, noordelijke gotiek, Italiaanse renaissance en invloeden uit de Nieuwe Wereld. De Arco de la Estrella vormt de klassieke toegangspoort tot de oude stad, en rond de pleinen Santa María, San Jorge en San Mateo vind je de dichtste concentratie aan adellijke palacios (paleizen) van heel Extremadura.
Wat maakt Trujillo zo bijzonder?
Een goed uur rijden van Cáceres ligt Trujillo, een stadje met minder dan tienduizend inwoners dat toch de allure heeft van een veel grotere stad. Trujillo is de geboorteplaats van Francisco Pizarro, de conquistador die Peru veroverde, en die geschiedenis is overal voelbaar.
Het hart van Trujillo is de Plaza Mayor, een van de mooiste hoofdpleinen van Spanje. Centraal staat de bronzen ruiterstandbeeld van Pizarro, een werk van de Amerikaanse beeldhouwer Charles Rumsey dat via het Grand Palais in Parijs naar Trujillo kwam. Rond het plein staan indrukwekkende palacios: het Palacio de la Conquista, opgetrokken door Hernando Pizarro met een beroemd hoekbalkon en het wapenschild van Karel V, en het Palacio de los Duques de San Carlos met zijn plateresk siermetselwerk. Ook de Iglesia de San Martín de Tours, met een gotisch-renaissancistische stijl, kijkt uit over het plein.
Boven de stad torent het kasteel van Trujillo, een alcazaba (vestingburcht) gebouwd op een oude Romeinse versterking en uitgebouwd door de Moren tussen de negende en twaalfde eeuw. Vanaf de kantelen heb je een panoramisch uitzicht over de vlakke dehesa (eikenlandschap) van Extremadura, met ooievaars die op vrijwel elke toren en gevel nestelen.
Hoe was het overnachten in de Parador van Trujillo?
Onze overnachting vond plaats in de Parador de Trujillo, gevestigd in het voormalige Convento de Santa Clara, een franciscaner klooster uit de zestiende eeuw. Het gebouw is gebouwd rond een renaissancistisch klooster met dubbele zuilengalerij, dat aan één kant aansluit op de oude kloosterkerk waar nu de eetzaal is ingericht. Aan de andere kant ligt een tweede, modernere binnenplaats, rustiger en vooral in trek bij gasten die in het weekend willen ontsnappen aan de drukte.
De kloosterzusters woonden hier vanaf 1533 en verhuisden begin jaren tachtig naar een nieuw klooster aan de overkant, waar ze tot voor kort nog ambachtelijk gebak verkochten via het torno (kloosterluikje), een klein draaiend luik waardoor ze konden communiceren zonder gezien te worden. Sinds 1984 is het oude klooster in gebruik als Parador. De hoge plafonds, de dikke kloostermuren en de rust van het complex maken van een verblijf hier een unieke ervaring, ook al zijn de kamers zelf helemaal aangepast aan deze tijd. Wie hier logeert, heeft bovendien de Plaza Mayor binnen handbereik, op nog geen paar minuten lopen.
Waarom is ook de Parador van Plasencia een aanrader?
Wie verder de regio intrekt, komt bijna automatisch langs Plasencia, aan de rivier de Jerte. Ook hier huist een Parador in een klooster met geschiedenis: het vijftiende-eeuwse Convento de Santo Domingo, ook bekend als San Vicente Ferrer. Het complex werd gebouwd op de grond van de oude synagoge van Plasencia, in opdracht van hertog Álvaro de Zúñiga en zijn vrouw Leonor de Pimentel, als dank voor het herstel van hun zoon.
Wat deze Parador extra bijzonder maakt, is de gevlogen granieten trap uit 1577, gebouwd op onregelmatige bogen zonder centrale steunbalk en beschouwd als een van de mooiste trappen van Spanje. De kamers heten hier nog altijd cellen, een knipoog naar het kloosterverleden, en de oude biechthokjes doen tegenwoordig dienst als telefooncel. Schrijfster Isabel Allende koos deze Parador ooit voor de wereldwijde presentatie van haar roman over Inés Suárez, geboren in Plasencia.
Wat betekent dit voor Nederlandse en Belgische reizigers?
Cáceres en Trujillo liggen ver van de kust en de bekende toeristenroutes, wat betekent dat je hier zelden in de rij staat. Voor wie de trein neemt: als 60-plusser reis je met de Tarjeta Dorada (Gouden Kaart) van de RENFE met flinke korting, en ook bij de Paradores zelf gelden vaak seniorentarieven. Beide steden zijn dan ook een uitstekende optie voor wie op zoek is naar Spaanse steden die geschikt zijn voor 65-plussers, al is Cáceres door de vele hellingen in het oude centrum iets minder vlak dan bijvoorbeeld Salamanca.
Extremadura kent daarnaast een uitgebreid netwerk aan Paradores. Wie meer wil weten over de geschiedenis van deze luxe staatshotels in oude kloosters, kastelen en paleizen, of over andere Paradores in de mooiste middeleeuwse dorpen van Spanje, vindt daar volop inspiratie voor een volgende rondreis. Trujillo staat overigens ook op de lijst van de honderd mooiste dorpen van Spanje.
Wie liever eerst een persoonlijk verhaal leest over het wonen in deze regio, kan terecht bij de ervaringen van onze taalbegeleidster die al elf jaar in Extremadura woont.
De ooievaars van Trujillo nestelen intussen op vrijwel elke toren van de stad; hun geklikklak geldt als het geluid van de lente in Extremadura.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp and Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.