In deze vier Spaanse provincies koop je nog een huis voor minder dan 100.000 euro
Terwijl de Spaanse huizenmarkt nieuwe prijsrecords blijft breken, zijn er nog vier provincies waar je voor minder dan 100.000 euro een fatsoenlijk huis kunt kopen. Dat schrijft het nieuwsmedium Infobae op basis van de meest recente cijfers van vastgoedplatform Idealista. De goedkoopste provincies liggen allemaal in het binnenland van het Spaanse vasteland: Ciudad Real in Castilla-La Mancha, Jaén in Andalusië, en de Aragonese en Castiliaanse provincies Teruel en Cuenca.
De kloof tussen de populaire kustgebieden en het Spaanse binnenland is de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Terwijl Madrid boven de 5.000 euro per vierkante meter noteert en de Balearen zelfs 5.252 euro per vierkante meter halen, houdt een handvol provincies de gemiddelde prijs nog ruim onder de 1.000 euro per vierkante meter. Voor Nederlanders en Belgen die dromen van een tweede woning in Spanje of overwegen er definitief naartoe te verhuizen, zijn dit de enige plekken waar een beperkt budget nog echt voldoende is.
Ciudad Real en Jaén: de goedkoopste provincies van heel Spanje
Ciudad Real voert de ranglijst van goedkoopste provincies aan, met een gemiddelde prijs van 804 euro per vierkante meter. Dat betekent dat een woning van 100 vierkante meter hier gemiddeld zo’n 80.400 euro kost. De provincie ligt in het hart van Castilla-La Mancha, een streek die buitenlanders nauwelijks kennen maar die op korte rijafstand van Madrid ligt. Het aanbod is groot en de concurrentie van buitenlandse kopers is minimaal.
Eerder schreven we over de goedkoopste gemeenten in Spanje om een huis te kopen, en ook toen bleek Ciudad Real prominent in beeld te komen. Almadén, een mijnstadje in deze provincie, stond met slechts 335 euro per vierkante meter zelfs bovenaan de nationale lijst.
Jaén bezet de tweede plek met een gemiddelde prijs van 876 euro per vierkante meter. Een woning van 80 vierkante meter kost er gemiddeld zo’n 70.000 euro. Dat contrast met de rest van Andalusië is opvallend: Málaga noteert 4.121 euro per vierkante meter en Cádiz staat op 2.318 euro. Wie altijd heeft gedacht dat Andalusië duur is, vergeet dat deze zuidelijke regio enorm groot is en dat het binnenland ver afstaat van de toeristische kuststrook.
Cuenca en Teruel: telewerken in het binnenland
Cuenca komt uit op 911 euro per vierkante meter. Een huis van 100 vierkante meter kost er gemiddeld 91.100 euro. De provincie trekt de laatste jaren kopers die op zoek zijn naar een tweede verblijf of die vanuit huis werken en geen reden meer zien om in de Randstad of aan de Spaanse kust een huis te betalen dat drie tot vijf keer zo duur is. De combinatie van redelijke voorzieningen, spectaculaire natuur en lage prijzen maakt Cuenca tot een optie die voor Nederlanders en Belgen steeds interessanter wordt — zeker nu werken op afstand gemeengoed is geworden.
In een eerder artikel bespraken we landelijke huizen in het rustige Spanje die je voor weinig geld kunt kopen, en het binnenland van Castilla y León en Castilla-La Mancha kwam ook daarin als betaalbare optie naar voren.
Teruel sluit de top vier af met 973 euro per vierkante meter. Een woning van 90 vierkante meter kost er gemiddeld 87.570 euro. De provincie staat in Spanje bekend om de leus “Teruel existe”, een protestkreet waarmee de regio zijn decennialange gevecht tegen demografische leegloop en politieke verwaarlozing samenvat. Die situatie heeft ook een keerzijde: de prijzen zijn laag omdat weinig mensen er spontaan naartoe trekken. Wie dat juist een voordeel vindt, vindt er ruimte, rust en een woning voor een fractie van de prijs in populairdere gebieden.
Wat de stijgende huizenprijzen in perspectief plaatsen
De Spaanse huizenprijzen zijn in 2025 met meer dan 20 procent gestegen — de sterkste stijging in twintig jaar. Juist daardoor valt op dat deze vier provincies de dans vooralsnog ontspringen. Maar ook zij zijn niet immuun voor de algemene marktdruk: de prijzen in het binnenland stijgen ook, zij het trager.
Wat kost een huis van 100.000 euro je écht?
Een vraagprijs van 100.000 euro klinkt behapbaar, maar vraagt wel degelijk om voorbereiding. Spaanse banken financieren doorgaans maximaal 80 procent van de getaxeerde waarde van een woning. Wie 100.000 euro leent, moet dus zelf 20.000 euro inleggen als aanbetaling. Daarboven komen de bijkomende kosten: notaris, registro de la propiedad (kadasterregistratie), belastingen en makelaarskosten tellen op tot zo’n 10 tot 12 procent extra. In totaal moet je rekenen op een spaarbuffer van 30.000 tot 32.000 euro.
Bij een hypotheek met vaste rente van 2,5 procent over 25 jaar bedraagt de maandelijkse aflossing ongeveer 360 euro. Ter vergelijking: voor datzelfde bedrag huur je in Amsterdam momenteel geen kamer. Voor Nederlanders en Belgen die hun box 3-vermogen zien wegblazen of simpelweg toe zijn aan een andere levensstijl, zijn deze vier provincies misschien wel de meest realistische instap in de Spaanse vastgoedmarkt.
Bekijk ook ons overzicht van 25 plaatsen in Spanje waar je nog voor weinig een woning kunt kopen voor meer opties buiten de gebaande paden.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.