SpanjeVandaag is de eerste en grootste digitale krant met actueel en dagelijks nieuws over Spanje in het Nederlands.

Miró’s reuzenmozaïek op luchthaven Barcelona krijgt hoogste staatsbescherming

Door Remco Stoffer | 21 mei 2026 om 09:20 | 4 min. leestijd
Miró’s reuzenmozaïek op luchthaven Barcelona krijgt hoogste staatsbescherming
© gemeente el prat

Het is een van de meest bekeken kunstwerken van Spanje, al beseffen de meeste reizigers dat niet. Wie aankomt op de luchthaven Josep Tarradellas Barcelona-El Prat via Terminal 2 ziet het direct voor zich: een explosie van kleur op de gevel, stervormige figuren, vogels, cirkels en de karakteristieke symbolen van Joan Miró, uitgevoerd in duizenden keramiektegels. Dat werk heeft nu de hoogste wettelijke bescherming die de Spaanse staat kan verlenen aan een roerend kunstobject.

Het nieuwsmedium La Vanguardia berichtte op 19 mei 2026 dat de Spaanse regering het mozaïek definitief heeft uitgeroepen tot Bien de Interés Cultural (BIC), kort gezegd het equivalent van een rijksmonument, maar dan in zijn meest absolute vorm.

Het besluit vloeit voort uit een procedure die het Ministerie van Cultuur in november 2025 in gang zette, toen de Dirección General de Patrimonio Cultural y Bellas Artes (Directoraat-generaal Cultureel Erfgoed en Schone Kunsten) het startschot gaf voor de formele aanvraag. Voor Nederlanders en Belgen die via Barcelona reizen is dit meer dan een culturele voetnoot: het werk hangt letterlijk in het zicht bij aankomst en vertrek, en de bescherming ervan heeft gevolgen voor de geplande verbouwing van de terminal.

Een opdracht in tijden van Franco

Het verhaal achter het mozaïek begint in 1968, toen het stadsbestuur van Barcelona besloot de pas uitgebreide luchthaven een artistiek gezicht te geven. Op 30 augustus van dat jaar werd opdracht gegeven voor een groot wandwerk, bedoeld om de moderne terminal allure te verlenen. Joan Miró tekende het ontwerp; zijn vaste medewerker en bevriend keramist Josep Llorens Artigas voerde het uit. Samen brachten zij het werk tot leven in maar liefst 464 stookbeurten, allemaal in houtgestookte ovens, om de bijna 5.000 tegels te bakken die het oppervlak van 500 vierkante meter bedekken.

De inauguratie vond plaats op 18 maart 1971, maar Miró was niet aanwezig. Zijn afwezigheid was een stille daad van protest: hij weigerde deel te nemen aan een officiële plechtigheid onder het Franco-regime. Kort na de opening schonk hij het werk formeel aan het Ayuntamiento van Barcelona, samen met de bijbehorende rechten. Nadien stond de gemeente de gebruiksrechten af aan het toenmalige Ministerio del Aire (Ministerie van Luchtvaart), de eigenaar van de luchthaven. Vandaag ligt het beheer bij luchthavenbeheerder AENA.

Verplaatsen of niet: de strijd om Terminal 1

De BIC-verklaring is niet los te zien van een slepend conflict over de toekomst van het werk. Al langer wil AENA het mozaïek verplaatsen van Terminal 2B naar de voorgevel van Terminal 1, de drukste en meest prominente terminal van El Prat. Dat idee leeft al lang: architect Ricard Bofill, die T1 ontwierp, had het werk destijds al het liefst op zijn gebouw gezien, maar er was simpelweg geen geschikte plek.

Voorstanders van de verplaatsing, onder wie Joan Gardy Artigas, de 86-jarige zoon van keramist Llorens Artigas, die als vijftienjarige jongen meewerkte aan het mozaïek, zijn enthousiast. Volgens hem zouden zowel zijn vader als Miró zelf blij zijn geweest met een plek op T1, die dagelijks door miljoenen reizigers wordt gebruikt.

Architecten denken er anders over. Het Col·legi d’Arquitectes de Catalunya (COAC), de Catalaanse Orde van Architecten, verzet zich resoluut. Miró ontwierp het werk voor een specifiek gebouw, op een specifieke plek en met specifieke verhoudingen. Verplaatsen betekent de artistieke integriteit aantasten, aldus de COAC, die bovendien vroeg om zowel het muurwerk als de structuur van T2 als geheel te beschermen.

Met de BIC-status is de knoop nog niet doorgehakt. De verklaring als BIC sluit een eventuele verplaatsing niet uit, maar maakt een advies van het Ministerie van Cultuur verplicht bij elke wijziging van de locatie. AENA heeft daarmee minder speelruimte dan voorheen.

Bescherming op het hoogste niveau

De categorie Bien de Interés Cultural is de zwaarste beschermingsvorm die de Ley 16/1985 del Patrimonio Histórico Español (Wet op het Spaans Historisch Erfgoed) kent. Het werk valt daarmee onder de maximale beschermingscategorie die de Spaanse erfgoedwetgeving biedt. Vergelijkbare werken in Spanje die deze status dragen, zijn onder meer schilderijen uit het Prado en nationale monumenten als de Alhambra in Granada.

Voor de procedure wordt ook advies gevraagd aan de Fundació Joan Miró in Barcelona, als de instelling die het artistieke erfgoed van de schilder beheert. Het luchthavenmozaïek maakt deel uit van een reeks grote werken waarmee Miró de stad Barcelona in de jaren zestig en zeventig een blijvend artistiek stempel wilde geven, naast onder meer het mozaïek op de Rambla en het sculptuurpark.

Nederlanders en Belgen die via luchthaven El Prat reizen en een verbouwde Terminal 2 verwachten, kunnen rekenen op een langzamere besluitvorming nu de overheid elke ingreep in de buurt van het mozaïek moet toetsen aan de erfgoedwetgeving. Barcelona is in 2026 Wereldhoofdstad van de Architectuur, wat de timing van deze beschermingsverklaring extra symbolisch maakt. Het debat over waar Miró’s tegels thuishoren is met deze BIC-status nog lang niet gesloten.

Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.

Toegankelijkheid