Het wringt een beetje. Terwijl er op 25 april wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor het mooie werk van dierenartsen, klinkt er in Spanje een heel ander geluid. Achter de oprechte liefde voor dieren en de passie voor het vak schuilt namelijk een realiteit die een stuk zwaarder weegt dan de meeste mensen zich realiseren. Recent onderzoek toont aan dat een groot deel van de Spaanse dierenartsen onder immense druk staat. Burn-outklachten zijn eerder regel dan uitzondering geworden en een flink percentage overweegt serieus om de witte jas definitief aan de wilgen te hangen. Het gaat hier niet langer om een paar incidenten, maar om een zorgwekkende trend die de hele sector in zijn greep houdt.
De dagelijkse werkdruk is vaak de grootste boosdoener. De werkdagen zijn lang en eindigen zelden op de geplande tijd, zeker in klinieken waar spoedgevallen dag en nacht binnenkomen. Weekenddiensten en werken tijdens feestdagen zijn voor velen de standaard. Naast die fysieke inspanning is er de emotionele rugzak: het brengen van slecht nieuws of het moeten laten inslapen van een geliefd huisdier gaat je natuurlijk niet in de koude kleren zitten.
Ook de relatie met de baasjes is veranderd en soms behoorlijk ingewikkeld. Omdat huisdieren tegenwoordig echt als volwaardige gezinsleden worden gezien, zijn de verwachtingen torenhoog. Dat is begrijpelijk, maar het botst soms hard met de realiteit van medische beperkingen of de kosten die bij een behandeling komen kijken. Dierenartsen geven aan dat ze steeds vaker te maken krijgen met onbegrip, klachten of zelfs verbaal agressieve reacties aan de balie.
Financieel is de situatie bovendien minder rooskleurig dan het publiek vaak denkt. Ondanks de intensieve en jarenlange studie liggen de salarissen relatief laag, zeker als je het vergelijkt met andere medische specialisten. Veel jonge starters beginnen hun loopbaan ook nog eens met schulden, waardoor het lastig is om financieel echt vooruit te komen. Dit zorgt logischerwijs voor de nodige frustratie en twijfel over hun beroepskeuze.
Veel dierenartsen werken daarnaast als zelfstandige of in kleine teams, waardoor ze er vaak gevoelsmatig alleen voor staan. Er is weinig back-up en de grens tussen werk en privé vervaagt hierdoor razendsnel.
Het resultaat van dit alles is helaas duidelijk zichtbaar: steeds meer professionals zoeken hun heil buiten de klinische praktijk. Vooral onder de jongere generatie neemt het enthousiasme snel af. Beroepsorganisaties trekken daarom aan de bel en pleiten voor betere voorwaarden en meer aandacht voor mentale gezondheid. Hoewel de roep om verandering luid is, komt de echte vooruitgang maar langzaam op gang.
Het is een wrange paradox: terwijl het aantal huisdieren in Spanje blijft groeien en de vraag naar zorg toeneemt, overwegen de mensen die die zorg moeten verlenen juist te stoppen. Op een dag die bedoeld is om het vak in het zonnetje te zetten, overheerst in Spanje dan ook vooral de zorg over de toekomst. Het blijft een prachtig beroep, maar de omstandigheden maken het steeds moeilijker om die roeping vol te houden.
