Waar kun je in 2026 het beste met pensioen gaan en op welke plek staat Spanje?
Het is een beetje een gek idee, toch? Jarenlang kon je de klok erop gelijkzetten dat Spanje bovenaan elk lijstje voor gepensioneerden prijkte, maar in de nieuwste Global Retirement Index 2026 zien we het land opeens terug op de achtste plek. Je vraagt je dan direct af wat er aan de hand is. Het lijkt erop dat de wereld voor pensionado’s flink aan het veranderen is en dat oude zekerheden niet meer zo vanzelfsprekend zijn als vroeger.
Zo’n lijstje komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Onderzoekers kijken naar alles wat je leven na je werkdag fijn maakt. Wat kosten de boodschappen? Hoe goed is de dokter om de hoek? En misschien wel het belangrijkste: voel je je eigenlijk wel veilig en welkom op straat? Het gaat om die dagelijkse dingen die bepalen of je ergens echt gelukkig wordt of dat je na een maand alweer spijt hebt van je verhuizing.
Als we naar de top van de lijst kijken, zien we dat Portugal het nog altijd ontzettend goed doet. Ze trekken mensen over de streep met gunstige regels en die heerlijke, trage manier van leven. Maar we kijken tegenwoordig ook steeds vaker verder over de grens. Landen als Thailand of Vietnam winnen flink aan populariteit. Daar leef je met een Europees pensioen vaak als een koning, al moet je de lange vlucht naar de kleinkinderen dan maar voor lief nemen.
Dat Spanje nu op de achtste plek staat, voelt misschien als een nederlaag, maar dat is het niet echt. Het land is nog steeds prachtig, alleen de rest van de wereld zit ook niet stil. De prijzen in Spanje zijn simpelweg omhooggeschoten. Wie nu een huisje zoekt aan de Costa del Sol of op de Balearen, merkt dat de huur en de dagelijkse uitgaven een stuk harder op het budget drukken dan een paar jaar terug. Dat tikt behoorlijk aan in de eindafrekening.
Toch zijn er redenen genoeg waarom mensen trouw blijven aan de Spaanse zon. De gezondheidszorg is in Spanje in orde en dat geeft een veilig gevoel als je een dagje ouder wordt. En laten we eerlijk zijn: die zachte winters en de eindeloze zomers vind je nergens anders zo makkelijk als daar.
Cijfers en tabelletjes zijn leuk voor statistici, maar ze vangen nooit de sfeer van een zondagmiddag op een Spaans dorpspleintje. De levendigheid, de volle terrasjes en de manier waarop mensen echt contact met elkaar maken, dat kun je niet in een spreadsheet vangen. Voor veel mensen is dat warme gevoel van een gemeenschap veel meer waard dan die paar honderd euro die ze ergens anders misschien zouden besparen.
Wat me ook opvalt, is dat de echte avonturiers de drukke kustlijn steeds vaker achter zich laten. Het Spaanse binnenland wordt langzaam ontdekt. Daar is het leven nog ouderwets rustig en vooral een stuk betaalbaarder. Het is een mooi alternatief voor wie de massa wil ontwijken, maar wel die Spaanse ziel wil ervaren.
De rest van Europa, denk aan Griekenland of Italië, blijft natuurlijk ook trekken door de goede keuken en de rijke cultuur. Uiteindelijk bestaat hét perfecte land voor iedereen gewoon niet. De één wil zo goedkoop mogelijk wonen, de ander wil binnen een paar uur weer bij de familie op de koffie kunnen zitten. Spanje staat dan misschien op plek acht in een officieel rapport, maar voor duizenden mensen blijft het de absolute nummer één. Dat persoonlijke gevoel zegt uiteindelijk veel meer dan welke ranglijst dan ook.