Waarom heet de Spaanse peper eigenlijk ‘Spaans’ als hij niet uit Spanje komt?
De Spaanse peper komt helemaal niet uit Spanje, maar uit Midden- en Zuid-Amerika. De naam dankt hij aan Spaanse handelaren die de peper in de 16e eeuw naar de Lage Landen brachten. In de meeste Spaanse supermarkten, zoals de Mercadona, zul je dus vergeefs naar de Spaanse pepers zoeken.
Wie weleens een potje sambal door zijn nasi roert of een pittige saus over de patatas giet, gebruikt iets met een naam die nergens op slaat. De rode, langwerpige chilipeper die wij ‘Spaanse peper’ noemen, groeide oorspronkelijk in de tropen van Latijns-Amerika. Pas na de ontdekkingsreizen kwam hij naar Europa.
Het verhaal speelt zich af in de 16e eeuw, toen Spaanse zeevaarders de oceaan overstaken en allerlei nieuwe gewassen meenamen. Via die handelaren kwam de peper in Nederland en België terecht. Om de nieuwkomer te onderscheiden van de al bekende oosterse pepers, noemde men hem gemakshalve ‘Spaans’. Niet vanwege de oorsprong dus, maar vanwege de route die hij aflegde.
Hoezo is een peper geen peper?
Hier wordt het verwarrend. De Spaanse peper is botanisch gezien veel nauwer verwant aan de paprika dan aan de zwarte en witte peperkorrels die in je pepermolen zitten. Toch noemen we hem ‘peper’. Dat komt door de scherpe smaak en de langwerpige vorm, die duidelijk afwijkt van de bolle paprika.
De stof die voor de hitte zorgt, heet capsaïcine. Bij gewone korrelpeper is dat piperine. Beide stoffen prikkelen de warmtereceptoren in je mond, waardoor je tong denkt dat hij brandt, terwijl er natuurlijk niets in de fik staat.
Het is overigens niet de enige peper met een misleidende naam. Ook de cayennepeper en de lombok dragen aanduidingen die weinig met hun werkelijke herkomst te maken hebben. Het lijkt wel een traditie onder pepers om zich anders voor te doen dan ze zijn.
Pimiento of pimienta: wat is het verschil?
Voor wie Spaans leert of in Spanje boodschappen doet, schuilt er een venijnig taalvalletje in deze materie. Pimiento en pimienta lijken op elkaar, maar betekenen iets totaal anders.
Pimiento (peper als groente) is het woord voor paprika’s en pepers in de vorm van groente, dus de dingen die je bakt of vult. Pimienta (peperkorrel) verwijst naar de specerij, het zwarte of witte poeder uit de molen. Vraag je in een Spaanse keuken om pimienta terwijl je een paprika bedoelt, dan kijkt de kok je glazig aan. De rode chilipeper zelf heet in het Spaans trouwens gewoon chile of guindilla.
Welke pepers groeien er dan wél in Spanje?
Spanje mag dan niet de bakermat van de chilipeper zijn, het land heeft inmiddels zijn eigen beroemde varianten. De bekendste zijn de pimientos de Padrón (Padrón-pepertjes), kleine groene pepertjes uit Galicië die je even bakt in olijfolie en bestrooit met grof zeezout. Het leuke eraan: de meeste zijn mild, maar af en toe zit er een gemene scherpe tussen. Een soort culinair Russisch roulette. Deze pepertjes duiken steeds vaker op bij Nederlanders en Belgen die thuis Spaanse gerechten willen bereiden in de airfryer, al blijft het lastig om ze buiten Spanje te kopen. Bij de Mercadona en andere winkels heten deze pepertjes ook wel eens pimientos semipicantes.
Daarnaast is er de pimiento de piquillo, een zoete rode peper uit Navarra die vaak gevuld geserveerd wordt. En in de noordelijke keuken vind je de guindilla, een dunne, pittige peper die graag in azijn wordt ingelegd. Wie van milde, vegetarische Spaanse gerechten houdt, komt met deze varianten ruimschoots aan zijn trekken.
Om het nog moeilijker te maken, zijn er ook nog de gewone paprika’s, in het Spaans pimientos. Je hebt de rode (rojo), groene (verde) en gele (amarilla), die soms samen als pakket of tricolor verkocht worden. Deze paprika’s zijn vaak veel groter dan de versies die je in Nederland en België ziet. Er bestaat ook een lange en smalle variant, meestal met een groene kleur.
Houden Spanjaarden eigenlijk van pittig eten?
Wie denkt dat de Spaanse keuken een en al vuurwerk is, komt bedrogen uit. De doorsnee Spanjaard houdt het juist redelijk mild. Pittige gerechten zijn er wel, denk aan de patatas bravas met hun stevige tomatensaus, maar in vergelijking met de Mexicaanse of Aziatische keuken valt de hitte reuze mee.
Dat blijkt ook uit wat de Spanjaarden zelf hun favoriete gerechten noemen. In een recente peiling waarover SpanjeVandaag berichtte, voerde de paella met afstand de lijst aan, gevolgd door de tortilla de patatas en de jamón ibérico. Stuk voor stuk gerechten waarbij smaak boven scherpte gaat.
Voor de Nederlandse en Belgische liefhebber is er goed nieuws. Steeds meer Spaanse producten zijn ook in eigen land te vinden, bijvoorbeeld tijdens de Spaanse Week bij de Lidl of ALDI. En wie de echte smaak van Spanje in huis wil halen, profiteert van het feit dat het land een ware exporttopper is met ham, olijfolie en visconserven. De Spaanse peper hoeft daar dus niet eens bij. Die hadden we hier per slot van rekening al sinds de 16e eeuw.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.