Spanje leeft van het toerisme zeggen buitenlanders vaak: klopt dat wel?
Het toerisme in Spanje groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 5,4 procent en levert nu 14 procent van alle banen in het land. Toch is de sector niet de grootste bron van inkomsten: die eer gaat naar de dienstensector als geheel.
Buitenlanders die op vakantie gaan naar de Costa del Sol of Barcelona, zien overal Nederlandse en Duitse toeristen, volgeboekte terrasjes en rijen voor hotels. Al snel ontstaat het beeld dat heel Spanje op toerisme draait. Volgens nieuwe cijfers van Turespaña (het Spaanse staatsagentschap voor toerismepromotie) klopt dat voor een flink deel, al ligt het verhaal genuanceerder dan de vakantiefoto’s doen vermoeden.
Tussen april en juni van dit jaar kwamen er 162.772 nieuwe banen bij in de toeristische sector, een stijging van 5,4 procent ten opzichte van vorig jaar. Daarmee telt de sector nu 3,18 miljoen werknemers, ofwel 14 procent van alle mensen met werk in Spanje. Volgens het Spaanse nieuwsmedium Infobae groeide de werkgelegenheid vooral in de horeca, met een stijging van 4,1 procent, en in vervoer van reizigers, met 3,9 procent. Alleen reisbureaus zagen hun personeelsbestand krimpen, al komt dat volgens Turespaña vooral door een administratieve herindeling van bedrijfscodes en niet door een echt banenverlies.
Is toerisme de grootste economische motor van Spanje?
Wie alleen naar de banencijfers kijkt, zou denken van wel. Maar in termen van bijdrage aan het bruto binnenlands product (bbp, de totale waarde van alles wat een land produceert) is het beeld anders. Toerisme was in 2025 goed voor ongeveer 13 procent van het Spaanse bbp, zo bleek uit een rapport van Exceltur, de Spaanse koepelorganisatie van toerismebedrijven. Dat is een fors aandeel voor één bedrijfstak, maar het is niet de grootste sector op zich.
De bredere dienstensector, waar toerisme deel van uitmaakt naast bijvoorbeeld de zorg, het onderwijs, de detailhandel en zakelijke dienstverlening, is verantwoordelijk voor ruim twee derde van het Spaanse bbp. Industrie en de bouw volgen op afstand. Toerisme is dus wel de grootste afzonderlijke motor binnen die dienstensector, en de sector die het snelst banen schept, maar de Spaanse economie draait niet uitsluitend op strand en zon.
Waarom lijkt Spanje toch zo afhankelijk van vakantiegangers?
Die indruk ontstaat vooral doordat toerisme zichtbaarder is dan andere sectoren. Fabrieken en kantoren vallen buiten het blikveld van de gemiddelde bezoeker, maar volle stranden en dichtgeslibde binnensteden niet. Bovendien is de afhankelijkheid in sommige regio’s wel degelijk extreem groot. Op de Balearen en Canarische Eilanden hangt de lokale economie voor een aanzienlijk deel van het jaarlijkse toeristenseizoen af.
Spanje stevent dit jaar bovendien af op een nieuw record van meer dan 100 miljoen bezoekers, zo meldde SpanjeVandaag eerder. Die groei zorgt voor spanningen: hogere huurprijzen, drukkere binnensteden en een steeds grotere kloof tussen wat toeristen kunnen betalen en wat de gemiddelde Spanjaard verdient.
Wat merken Nederlanders en Belgen van deze cijfers?
Voor wie zelf regelmatig naar Spanje reist of er woont, heeft de groei van het toerisme directe gevolgen. Meer bezoekers betekent meer druk op vluchten, hotelkamers en huurwoningen in populaire kuststeden. Ook de horeca profiteert wel, maar de prijzen stijgen navenant. Buitenlandse toeristen gaven deze zomer meer geld uit dan ooit, gemiddeld meer dan 2.500 euro per verblijf, wat de druk op prijzen in populaire regio’s alleen maar verder opvoert.
Tegelijk is de arbeidsmarkt in de sector aan het veranderen. Van alle nieuwe contracten in het toerisme was 84,5 procent vast, een stijging voor het twintigste kwartaal op rij. Dat betekent minder seizoenswerk en meer zekerheid voor de honderdduizenden buitenlandse werknemers die inmiddels in hotels, restaurants en reisbureaus werken: het aantal buitenlandse werknemers in de sector steeg dit kwartaal met 9,4 procent tot 793.114.
Welke regio’s profiteren het meest?
Het toerisme groeide in veertien van de zeventien Spaanse regio’s, met de grootste stijgingen in Andalusië, de regio Madrid, de Comunidad Valenciana (regio Valencia) en de Balearen. Ceuta en Melilla, de twee Spaanse enclaves in Noord-Afrika, zagen de sterkste procentuele groei met 27,7 procent, gevolgd door Baskenland met 15,5 procent. Extremadura en Cantabrië waren de enige regio’s waar het aantal banen in het toerisme juist daalde.
Die spreiding laat zien dat toerisme weliswaar overal in Spanje meetelt, maar dat de economische afhankelijkheid sterk verschilt per regio. In Madrid en Barcelona draaien banken, technologiebedrijven en de industrie minstens zo hard mee als de hotelsector. Aan de kust en op de eilanden is dat verhaal anders, en daar voelt het inderdaad alsof het hele land op vakantiegangers leunt.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp and Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.