In 1898, tijdens de oorlog tussen Spanje en de Verenigde Staten, stonden de Canarische Eilanden onverwacht op de Amerikaanse militaire agenda. Uit historische documenten blijkt dat de archipel serieus werd overwogen als strategische buit in de strijd.
De oorlog tussen Spanje en de Verenigde Staten speelde zich vooral af rond Cuba, Puerto Rico en de Filipijnen. Toch keken Amerikaanse militaire planners ook nadrukkelijk richting de Atlantische Oceaan. De Canarische Eilanden lagen gunstig op belangrijke zeeroutes tussen Europa, Afrika en Amerika en konden dienen als bevoorradingspunt voor de Amerikaanse vloot.
Binnen de archipel ging de aandacht vooral uit naar Tenerife. Volgens rapporten van Amerikaanse militaire waarnemers was vooral het noorden van het eiland kwetsbaar. Het gebied rond La Orotava werd genoemd als een ideale plek voor een mogelijke landing, omdat de Spaanse verdediging daar beperkt was en de kust relatief eenvoudig toegankelijk leek.
Ook de Spaanse autoriteiten waren zich bewust van deze zwakke plekken. Spanje had zijn militaire middelen verspreid over meerdere kolonies en fronten, waardoor de verdediging van de Canarische Eilanden niet de hoogste prioriteit had. Dat maakte de eilanden in theorie een aantrekkelijk doelwit voor een snelle aanval.
Het Amerikaanse plan ging verder dan een symbolische bezetting. De bedoeling was om een vaste marinebasis te creëren die controle gaf over een groot deel van de Atlantische scheepvaart. Vanuit de Canarische Eilanden zouden toekomstige militaire operaties eenvoudiger uitgevoerd kunnen worden.
Uiteindelijk bleef het bij plannen en analyses. De oorlog eindigde voordat een aanval op de Canarische Eilanden werd uitgevoerd. Toch laten de documenten zien hoe dicht de archipel bij een drastische wending in zijn geschiedenis stond, iets wat lange tijd nauwelijks bekend was.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano