Zwitserse pensioenaanpak legt zwakke plekken Spaanse systeem bloot
Er gaat geen dag voorbij of er wordt in een Spaanse krant iets geschreven over de Spaanse pensioenen en het pensioensysteem. Vaak wordt de vergelijking gemaakt met andere landen, waaronder ook vaak Nederland en België. Ook wordt vaak de la mochilla suiza (Zwitserse rugzak) genoemd als ideaal systeem voor Spanje. En natuurlijk is het makkelijk om kritiek te geven, maar Spanje is España en niet Zwitserland, Nederland of België. Met andere woorden: landen zijn vaak niet met elkaar te vergelijken, dat vergeten politici nog wel eens.
Het Zwitserse pensioenstelsel staat al jaren in de Europese schijnwerpers. Nu de Spaanse politiek opnieuw debatteert over de pensioenleeftijd en de houdbaarheid van het systeem op lange termijn, zette het nieuwsmedium Business Insider het Zwitserse model onlangs scherp naast het Spaanse. Het verschil is treffend: terwijl Spanje zijn gepensioneerden betaalt uit de lopende bijdragen van werkenden, bouwt iedere Zwitserse werknemer gedurende zijn hele loopbaan een eigen vermogen op. De vraag die steeds luider klinkt: is het Spaanse systeem nog houdbaar nu het land verder vergrijst?
Het systeem in Spanje draait op vertrouwen. Wie nu werkt, betaalt de pensioenen van wie nu met pensioen is, en rekent erop dat de volgende generatie hetzelfde doet. Dat werkte decennialang. Maar met minder jongeren en meer ouderen schuurt het model. In april 2025 gaf de Seguridad Social al 14,3 miljard euro uit aan pensioenen in één maand, een historisch record. Zwitserland koos een fundamenteel andere weg.
De vergelijking met Noord-Europa maakt het beeld nog scherper. In Nederland is het pensioenstelsel, net als in Zwitserland, opgebouwd uit meerdere pijlers: een basispensioen via de staat (AOW) en daarnaast sterke collectieve pensioenfondsen via werkgevers. Daardoor beschikken Nederlandse werknemers over een van de grootste pensioenvermogens ter wereld. België zit dichter bij Spanje, met een zwaardere afhankelijkheid van het wettelijke pensioen, al worden aanvullende bedrijfspensioenen daar steeds gebruikelijker.
Pensioen op 65, maar dan anders
De pensioenleeftijd in Zwitserland is 65 jaar. Dan begint de eerste pijler: de AVS (Assurance vieillesse et survivants, de ouderdoms- en nabestaandenverzekering). Dit systeem lijkt op het Spaanse model en wordt gefinancierd door de actieve bevolking. De maandelijkse uitkering varieert tussen 1.300 en 2.500 euro, afhankelijk van het aantal gewerkte jaren en eerdere inkomsten. Voor koppels kan dit oplopen tot bijna 3.900 euro per maand.
De tweede pijler: sparen is geen keuze, maar wet
Het belangrijkste kenmerk van het Zwitserse systeem is de tweede pijler: de verplichte beroepspensioenvoorziening. Elke werknemer bouwt met zijn werkgever een persoonlijk fonds op dat op de financiële markten wordt belegd. Dit geld is van de werknemer en kan in waarde groeien. Bij pensionering kan de werknemer kiezen om het kapitaal om te zetten in een maandelijkse rente of het in één keer te laten uitbetalen. Minimaal de helft van de bijdragen komt van de werkgever, waardoor de financiële druk op de werknemer lager is.
Voor Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen of werken is dit een relevant detail. In Spanje bestaat zo’n wettelijk verplichte individuele pensioenopbouw via de werkgever niet. Wie hier als zelfstandige of werknemer zijn pensioen wil aanvullen, moet dat volledig op eigen initiatief regelen, zonder de automatische werkgeversbijdrage die de Zwitsers van rechtswege krijgen.
De derde pijler: fiscaal voordeel voor wie vooruitdenkt
Het stelsel heeft een vrijwillige derde pijler: privésparen met belastingvoordeel. Deelname is niet verplicht, maar de fiscale aftrekbaarheid maakt het populair. Zwitsers voelen zich verantwoordelijk voor hun pensioen, terwijl in Spanje de overheid dat regelt. Expats die Zwitserland verlaten, kunnen de opgebouwde fondsen uit de derde pijler laten uitbetalen, wat aantrekkelijk is voor wie later naar Nederland of België terugkeert.
Meer geld, maar ook hogere kosten
Wie denkt dat een pensioen van 2.500 euro in Zwitserland hetzelfde is als in Spanje, vergist zich. In steden als Zürich en Genève liggen de kosten van levensonderhoud aanzienlijk hoger dan in Spanje, wat de werkelijke koopkracht van die pensioenen drukt. Een appartement in Zürich kost makkelijk het drievoudige van wat je in Málaga of Valencia betaalt.
Toch wordt het steeds duidelijker: in Zwitserland sparen werknemers gewoon voor hun eigen pensioen. In Spanje hangt het systeem af van genoeg jonge mensen die bijdragen om de huidige gepensioneerden te betalen, maar dat aantal krimpt.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.