Auto’s in Spanje worden steeds ouder en dat heeft duidelijke gevolgen voor wat je dagelijks op de weg ziet. De gemiddelde leeftijd van personenauto’s ligt inmiddels boven de 14 jaar en blijft verder stijgen. Daarmee hoort Spanje bij de landen met de oudste wagenparken van Europa, wat niet alleen invloed heeft op het milieu, maar ook op de verkeersveiligheid en de kosten voor onderhoud van voertuigen.
In veel andere Europese landen is de gemiddelde auto jonger. Daar ligt de leeftijd rond de 12 tot 13 jaar. Spanje zit daar dus duidelijk boven en staat op de top 30-lijst op de 20e plaats. Dat betekent dat veel mensen nog rondrijden in auto’s die meer dan tien jaar oud zijn.
Kijken we naar andere Europese landen, dan zien we duidelijke verschillen. In Nederland is de gemiddelde leeftijd van een auto 12 jaar, terwijl die in België lager ligt met 10 jaar. De jongste auto’s rijden rond in Luxemburg met gemiddeld 8 jaar. In IJsland en Oostenrijk ligt dat op 9 jaar en in Ierland en Denemarken op bijna 10 jaar.
Oudere auto’s hebben nadelen. Ze verbruiken vaak meer brandstof en stoten meer schadelijke stoffen uit. Ook hebben ze meestal minder moderne veiligheidssystemen. Denk aan rijhulpsystemen die in nieuwe auto’s steeds vaker standaard zijn.
Dat het wagenpark veroudert, heeft verschillende oorzaken. Nieuwe auto’s zijn duurder geworden en niet iedereen kan of wil dat betalen. Veel mensen stellen de aankoop van een nieuwe wagen uit en blijven langer met hun huidige auto rijden.
Ook het aantal elektrische auto’s blijft in Spanje nog relatief laag met slechts 0,8%. Daardoor verloopt de overstap naar schoner vervoer trager dan gehoopt. Europese doelstellingen om de uitstoot te verlagen worden zo moeilijker haalbaar.
In Nederland is 6% van de auto’s elektrisch, terwijl dat in België 5% is. Noorwegen voert de lijst aan met 28% elektrische auto’s. Daarna volgen Denemarken en IJsland met 12% en Zweden en Luxemburg met 7%.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano