INTRO: Elke woensdag kun je ‘iets’ verwachten van onze taalbegeleidster Cintha van Marrewijk. Zij heeft de afgelopen twaalf maanden 300 gratis lessen Spaans geschonken aan alle lezers van SpanjeVandaag, maar nu is het tijd om iets over het leven in Spanje en aanverwante onderwerpen uit te leggen. Een Spaanse gewoonte, een gebruik. Iets actueels, een verhaal of een miércoles de las palabrotas. Elke week een Spaanse verrassing van Cintha.
Ik woon al bijna 11 jaar in Extremadura. Midden in het echte Spanje.
En ik zie het elke zomer opnieuw. Nederlanders landen terug op Schiphol met een koffer vol zand, een zonnebrand-neus en een hoofd vol verhalen. En bijna altijd zeggen ze ergens in die verhalen: ik wist niet dat…
Dat is precies wat ik hier ga doen. Een heleboel ik-wist-niet-dat-dingen. Want Spanje is heerlijk. Spanjaarden zijn warm. Maar er zijn een paar dingen die je gewoon moet weten. Of al had moeten weten.
Pak een kop koffie. Of beter: un café con leche.
We gaan.
Engels? Dat pik je toch overal op?
Dit is de meest gemaakte fout van elke Nederlander die naar Spanje gaat.
Je denkt: ach, ik spreek Engels, ik red me wel. Het is toch een toeristenland?
Ja. Maar alleen op de Costa. Alleen aan de balie van het hotel. Alleen bij die ene barman die ooit een semester in Londen heeft gezeten.
Zodra je een stapje verder gaat, verandert alles.
Een dorpje in rijden. Een huisarts bezoeken. Een probleem met je auto op de snelweg. Iets regelen bij de gemeente. De gasflessen wisselen. Een rekening betwisten.
De monteur spreekt geen Engels. De doktersassistente spreekt geen Engels. De marktvrouw spreekt geen Engels. De mevrouw achter het loket bij de gemeente spreekt geen Engels.
En de aardige meneer die je zo vriendelijk aankijkt en enthousiast knikt terwijl jij in het Engels vraagt of hij je kan helpen? Die spreekt ook geen Engels. Hij knikt omdat hij beleefd is. Maar hij heeft geen idee wat jij wilt. En jij hebt geen idee wat hij zegt. En jullie gaan allebei weer naar huis.
Jij zonder wat je nodig had.
Want Spanje staat op nummer 35 van de 35 landen in Europa als het gaat om Engels spreken. Niet mijn mening. Gewoon een feit. Reken maar uit.
En toch is de oplossing zo simpel. Want een paar woorden Spaans en je bent een held. Echt waar. Spanjaarden worden groter, vriendelijker, blijer als je ook maar iets probeert in hun taal. Ze helpen je tot in de puntjes. Ze lachen. Ze stellen vragen. Ze zijn ineens je beste vriend.
Dat is de kracht van Spaans spreken. En die taal leer je echt sneller dan je denkt. Wel alleen maar met mijn unieke leuke lessen die 100% gebaseerd zijn op het echte Spaanse leven. www.supergoedspaansleren.nl/cursussen-overzicht
De siësta is echt
Sommige Nederlanders denken dat de siësta een romantisch verhaal is. Een cliché uit een reisgids.
Het is geen cliché.
Van 14:00 tot 17:00 uur sluit de halve wereld in Spanje gewoon dicht. De bakker. De slager. De apotheek. De kapper , het postkantoor etc. En zeker de publieke instellingen gaan dicht om 14:00 uur en niet meer open tot de volgende dag. Het gemeentehuis, de bank etc.
Ik stond een keer om 14:03 voor de deur van de apotheek. Drie minuten te laat. Gesloten. De mevrouw stond er met haar jas aan. Ze keek me vriendelijk aan door het glas. Ze wees naar het bordje.
Mañana, señora.
Ja en mañana is mañana.
Pas daarna leer je: ga voor 14:00.
De bank sluit vroeg. Maar ga ook niet te vroeg.
Als jij net na 14:00 uur bij de bank aankomt, dan ben je gewoon te laat.
De deur zit al op slot. Iemand achter het glas steekt vriendelijk zijn hand op. Mañana.
Oke, dan ga je de volgende dag op een mooie tijd, denk je zelf. Om half elf.
Jammer. Want dan is de bankmedewerker aan het ontbijten in de bar om de hoek. Una tostada con aceite y jamón. Un café con leche. Een praatje. Even relaxen.
Hier in het dorp is dat heel normaal. Je blijft wachten of je gaat dan wel na het ontbijt terug.
Als je dit niet weet, sta je twee keer voor een gesloten deur op één dag. Ik heb het meegemaakt.
Mañana betekent niet morgen
Nou ja. Soms wel.
Maar mañana betekent eigenlijk: niet nu. Dat kan morgen zijn. Dat kan volgende week zijn. Dat kan ook volgende maand zijn.
Een Nederlander hoort mañana en denkt: morgen is het geregeld.
Een Spanjaard zegt mañana en bedoelt: rustig aan, het komt echt wel goed.
Het verschil is enorm.
Tip: als iets écht morgen klaar moet zijn, zeg dat dan in het Spaans. Geef een datum. Schrijf het op. En lach erbij. Want met een glimlach krijg je in Spanje altijd meer gedaan dan met haast.
Eten om 14:00 uur. En om 21:00 uur.
Als Nederlander eet je om 12:30 je boterham. En om 18:00 uur warm.
In Spanje begint het echte leven pas na 14:00 uur.
De lunch is de grote maaltijd van de dag. Meerdere gangen. Rustig. Met familie. Of met collega’s. En het avondeten? Dat is eerder dan 21:00 uur nauwelijks normaal.
Ga je om 19:00 uur een restaurant in? Dan zit je alleen. De kok is er misschien nog niet eens.
En dat toeristenrestaurant op de boulevard dat wél om 18:00 uur open is voor jou? Dat is voor jou. Niet voor de Spanjaarden.
Als je wilt eten waar de echte Spanjaarden eten, ga je na 21:00 uur. Dan is het gezellig. Dan is het vol.
Contant geld. Altijd.
Je reist naar Spanje met je mooie bankpas. Je betaalt in Nederland overal met je telefoon.
In veel Spaanse dorpen en op markten bestaat dat niet.
Een vriendin van me zag een prachtig leren tasje liggen op de markt. Ze vroeg netjes in het Spaans: ¿Puedo pagar con tarjeta?
De marktvrouw keek haar aan alsof ze vroeg of ze met koeien wilde betalen.
¿Qué? No, solo en efectivo.
Gelukkig had ze nog een tientje in haar zak. Tasje gered.
Maar als je dat niet weet, loop je met lege handen weg. Neem altijd wat contant geld mee als je de stad uit gaat in Spanje. Gewoon in je zak. Gewoon voor de zekerheid.
Twee achternamen. Of anders verzinnen ze wat.
In Spanje heeft iedereen twee achternamen. De 1e achternaam van papa. De 2e achternaam van mama. Altijd.
Kom jij met één achternaam aan? Dan kijkt de ambtenaar je even aan. En dan gaat hij creatief aan de slag.
Van Marrewijk werd bij mij ooit keurig gesplitst in: Van als eerste achternaam en Marrewijk als tweede. De ambtenaar vond het zelf ook grappig.
¡Ah, como Van Gaal! zei hij lachend.
Ja hoor. Precies als Van Gaal. Alleen ben ik geen bondscoach.
En je doopnamen? In Nederland stop je die lekker weg in een la. In Spanje staan ze gewoon op je paspoort. En dat paspoort is heilig.
Bij de dokter word ik omgeroepen als Hyacintha. Of Jacinta (uitspraak: gacintha met slissende C). Of Jozefina (J = G). Soms Maria. Maar daar reageren in Spanje 42 mensen tegelijk op.
Ik reageer inmiddels op alles. Gewoon voor de zekerheid.
De kus. Links of rechts?
Je begroet iemand in Spanje. Je steekt je hand uit.
Fout.
Je geeft twee zoenen. Links en rechts. Ook als je iemand voor het eerst ontmoet. Ook aan de leraar op school. Ook aan de buurman. Ook aan de kassière als je haar al een tijdje kent.
Maar. Gaan er twee mannen met elkaar om? Dan is het een hand. Of een schouderklopje. De zoenen zijn voor vrouwen en gemengd gezelschap.
En de richting? In Spanje ga je eerst naar de linkerwang van de ander. Dus jouw rechterkant. Dat is de enige juiste richting.
Ga jij naar rechts terwijl de ander naar links gaat? Dan kus je iemand op de mond.
Dat is echt heel ongemakkelijk.
Spanje heeft 4 officiële talen. Niet 1
Je leert Spaans. Goed plan.
Maar weet je dat Spanje officieel vier talen heeft?
Castellano is wat wij Spaans noemen. Dat spreken ze door het hele land. Maar in Catalonië spreken ze ook Catalaans. In het Baskenland Baskisch. In Galicië Galicisch.
En voor wie naar Barcelona gaat: daar spreken mensen je soms gewoon in het Catalaans aan. Dan helpt je Spaans minder dan je dacht.
Dat is geen probleem. Maar het is goed om te weten.
Castellano is de taal die je overal kunt gebruiken. Zeg het gewoon als iemand je in het Catalaans aanspreekt en je het niet begrijpt. Ze schakelen dan gewoon over.
Tulpen, klompen en… paella?
Weet je wat een Spanjaard zegt als je vertelt dat je uit Nederland komt?
Tulpen! Klompen! Molens!
En wij lachen erom. Want ja, dat klopt natuurlijk maar half.
Dan denk ik aan hoe Nederlanders en Vlamingen naar Spanje kijken.
Paella. Flamenco. Stierenvechten.
En dan moet ik nog harder lachen.
Want paella is uit Valencia en inmiddels wel op meer plaatsen, maar in vele vormen. Flamenco is uit Andalusië. En stierenvechten, ook dat is Andalusië en Extremadura? Veel Spanjaarden hebben het nooit live gezien en vinden het zelf ook maar wat.
Spanje is 17 autonome regio’s. Elk met hun eigen taal, eigen eten, eigen muziek en eigen karakter. Een Catalaan is geen Andalusiër. Een Bask is geen Madrileen. Ze zijn het er zelf ook niet altijd over eens.
Het echte Spanje leer je niet via een reisgids.
Dat leer je door er te zijn. Door de taal te spreken. Door binnen te komen bij de lokale bar waar geen Engels op de kaart staat. En dat is het Spanje waar ik van hou.
Het is nooit te laat voor een praatje
Nederlanders zijn efficiënt. We lopen langs elkaar heen. We zeggen vaak elkaar niet eens gedag. We lopen door.
Spanjaarden doen dat anders.
Als je iemand tegenkomt in Spanje, stop je. Dan vraag je hoe het gaat. Hoe het met de familie is. Of alles goed is thuis. En dan wacht je ook echt op het antwoord.
Dat kost tijd. Soms veel tijd.
Maar je krijgt er zoveel voor terug. Je leert mensen kennen. Echt kennen. Je wordt geen toerist meer. Je wordt iemand die erbij hoort.
En daarvoor heb je Spaans nodig. Niet perfect Spaans. Gewoon genoeg Spaans om een gesprekje te beginnen. Dat is alles.
Nog een paar snelle weetjes
De zon gaat onder. Je zet je bril op en leest op je telefoon: 20:47 uur in Madrid. Maar kijk eens naar buiten. Het lijkt wel 17:00 uur. Dat klopt. Want Spanje gebruikt de Midden-Europese tijd. Maar geografisch hoort het land eigenlijk in de tijdzone van Engeland en Portugal. De klok is gewoon een uur te ver opgeschoven. Spanje leeft dus structureel een uur later dan logisch zou zijn. Vandaar die late etenstijden. Vandaar die late avonden. Het is eigenlijk gewoon 20:00 uur als jij denkt dat het 21:00 uur is.
En dan de Spaanse televisie. Nieuws begint om 21:00 uur. De avondprogramma’s starten om 22:30 uur. En de film daarna? Die begint gewoon na middernacht.
Dan nog dit: in het echte Spanje eet je tapas als bijgerecht bij je drankje. Gratis. Of voor een paar euro. Afhankelijk van de regio. Vaak krijg je bij elk glas bier of wijn of frisdrank automatisch een hapje. Dat kan een bordje jamón zijn. Of een klein schaaltje stoofvlees. Of een mini-hamburger. Hoe meer je drinkt, hoe meer je eet. Je kunt soms een volledig middagmaal bij elkaar drinken zonder ook maar iets te bestellen.
En dan nu de vraag die ik altijd stel
Ga jij naar Spanje? Woon jij er al? Of droom jij er stiekem al jaren van?
Dan weet je nu: Engels gaat je niet redden. Niet in het echte Spanje. Niet als je verder wil dan de hotelbar.
Maar Spaans leren? Dat gaat jou echt lukken. In 30 minuutjes per dag. In 8 weken. Stap voor stap open jij die geweldige Spaanse wereld voor jezelf.
En dat is geen reclame. Dat is wat ik al 10 jaar zie, elke dag bij de mensen die mijn cursus volgen Beginners en daarna Semi-Gevorderden. Ze kunnen ineens dingen regelen. Ze voelen zich vrij. Ze voelen zich niet meer hulpeloos in Spanje. Ze genieten meer.
Dat wil jij ook.
Start vandaag met de 5 gratis Spaanse lessen via www.supergoedspaansleren.nl/gratis-spaanse-lessen. Helemaal vrijblijvend. Helemaal leuk.
Un beso, Cintha
Makkelijk en snel Spaans leren met SuperGoedSpaansLeren.nl: Baal jij ook dat je niet alles makkelijk kunt regelen in het Spaans. 25 jaar geleden leerde Cintha Spaans in 4 maanden. Dat is voor jou ook mogelijk, een NIEUWE leuke lesmethode, waardoor jij in simpele stappen gegarandeerd Spaans praat in een korte tijd. MEER INFORMATIE.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano