Nog 92 Osborne-stieren langs de Spaanse wegen: dit is waar ze staan
Langs de Spaanse wegen staan nog 92 Osborne-stieren; ooit waren het er zo’n vijfhonderd. De meeste vind je in Andalusië, terwijl Catalonië er geen enkele meer telt.
Wie weleens met de auto door Spanje rijdt, kent het beeld: een gigantisch zwart silhouet van een stier op een heuvel, scherp afgetekend tegen de hemel. Het is de Toro de Osborne (de stier van Osborne), inmiddels een van de bekendste symbolen van het land. Van de honderden die er in de jaren zestig stonden, zijn er nu nog 92 over.
Die telling komt van het Spaanse nieuwsmedium 20minutos, dat de verdeling van de overgebleven stieren in kaart bracht. De silhouetten staan verspreid van Andalusië tot Asturië langs het uitgebreide Spaanse wegennet, al is die spreiding allesbehalve gelijkmatig. In sommige regio’s kom je er meerdere tegen, in andere staat er niet één.
Waar staan de meeste Osborne-stieren?
Andalusië spant veruit de kroon met 24 exemplaren, de meeste rond Cádiz en Sevilla. Dat is geen toeval, want het merk Osborne komt uit El Puerto de Santa María in de provincie Cádiz. Daarna volgen Castilië en León en Castilla-La Mancha met elk 14 stieren, en de regio Valencia met 11. Aragón heeft er zes. In Asturië, Galicië en Extremadura staan er vijf per regio, terwijl Madrid het met twee moet doen.
In een handvol regio’s rest nog maar één enkele stier, zoals in Navarra, Baskenland, de Balearen en Melilla. In Catalonië, Cantabrië, Murcia en Ceuta staat er helemaal geen meer. Een opvallend contrast, zeker als je bedenkt dat dit zwarte beeld ooit het hele land sierde, net als de vele andere bizarre en minder bekende weetjes over Spanje die het land zo eigenzinnig maken.
Hoe begon het verhaal van de zwarte stier?
Het idee ontstond in 1956. Ontwerper Manolo Prieto bedacht het silhouet van een vechtstier als reclamebeeld voor Brandy Veterano, een cognac van wijnhuis Bodegas Osborne uit Jerez. De eerste borden waren van hout en droegen nog de merknaam. Omdat hout de Spaanse zon en wind slecht doorstond, stapte men in 1961 over op staal. De stier groeide mee tot zo’n veertien meter hoog, met een oppervlak van 150 vierkante meter en een gewicht van bijna vijftig ton.
Waarom moest de stier bijna verdwijnen?
In 1988 nam Spanje de Ley de Carreteras (de Wegenwet) aan, die reclame langs de wegen verbood. Veel borden moesten weg. Osborne haalde daarop de merknaam van de stier en hield het kale zwarte silhouet over. Toch dreigde het einde. Pas in 1994 sprak het Spaanse Congres zich uit voor behoud, en in 1997 bevestigde het Tribunal Supremo (het Hooggerechtshof) dat de stier vanwege zijn esthetische en culturele waarde mocht blijven staan. Sindsdien geldt het beeld als beschermd erfgoed.
Waarom staat er in Catalonië geen enkele stier?
In Catalonië ligt de stier gevoelig. Voor sommige onafhankelijkheidsbewegingen staat het beeld symbool voor de Spaanse natie. Activisten haalden de laatste Catalaanse stier, bij El Bruc nabij Barcelona, begin deze eeuw neer. Een nieuw exemplaar hield het er nooit lang vol. Daarmee bleef de regio als enige op het vasteland volledig stiervrij.
Wat betekent dit voor wie naar Spanje rijdt?
Voor Nederlanders en Belgen die met de auto naar de Costa’s trekken, hoort het spotten van de stieren bijna bij de reis. Het is een klassiek spelletje op de lange rit naar het zuiden. Wie zich op die tocht voorbereidt, neemt het beste eerst de verkeersregels in Spanje door, want de boetes lopen er snel op. Let onderweg ook op nieuwe verkeerstekens, zoals het verkeersbord S-15e dat sinds 2025 voor de nodige verwarring zorgt.
De zwarte kolossen blijven ondertussen rustig op hun heuvels staan, onverstoorbaar boven het verkeer dat eronder voorbijraast.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp and Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.