In Spanje betaal je niets bij het openbare ziekenhuis, maar de apotheek kost je wel wat
Wist je dat je in Spanje bij de openbare zorg geen eigen bijdrage hoeft te betalen bij spoedeisende hulp of een bezoek aan een specialist? In private zorg uiteraard wel, maar dat verloopt meestal via de privéverzekering, met of zonder copago, of eigen bijdrage. Maar hoe zit dat met medicijnen?
Stel: je wordt in Spanje opgenomen in een openbaar ziekenhuis. Je krijgt geen rekening voor de opname zelf. Geen dagvergoeding, geen bijdrage voor de spoedeisende hulp. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in Europa is het uitzonderlijk. Nieuwsmedium La Voz de Galicia vergeleek begin mei de zorgsystemen van alle EU-landen. De uitkomst is duidelijk: Spanje is één van de weinige landen waar je alleen bij de apotheek meebetaalt, en nergens anders.
De vergelijking kijkt naar zes onderdelen van de zorg: de huisarts, de specialist, ziekenhuisopname, spoedeisende hulp, laboratoriumonderzoek en medicijnen op recept. Spanje scoort in vijf van de zes gevallen zonder eigen bijdrage. Alleen bij de apotheek betaal je mee. De meeste andere landen, waaronder Nederland en België, kennen bij vrijwel alle onderdelen een eigen betaling.
Twee systemen, twee rekeningen
Om te begrijpen waarom Spanje zo anders is, helpt het te weten dat Europa grofweg twee modellen kent voor de organisatie van de gezondheidszorg.
Het Beveridge-model: vernoemd naar de Britse sociaalhervormer William Beveridge, gaat ervan uit dat de overheid de zorg rechtstreeks financiert via belastingen. Iedereen heeft recht op zorg, ongeacht inkomen of werk. De staat beheert de ziekenhuizen en betaalt de dokters. Eigen bijdragen zijn in dit model beperkt of zelfs afwezig. Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Portugal, Denemarken en de Scandinavische landen werken volgens dit principe.
Het Bismarck-model: genoemd naar de negentiende-eeuwse Duitse rijkskanselier Otto von Bismarck, werkt via verplichte sociale verzekeringen. Werkgevers en werknemers betalen premies aan ziekenfondsen, die de zorg inkopen bij ziekenhuizen en artsen. De patiënt betaalt bij elke stap een deel zelf en vraagt daarna vergoeding aan zijn fonds. Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Luxemburg hanteren dit model.
In de praktijk zijn de grenzen niet altijd scherp. Nederland combineert elementen van beide systemen, met een verplichte basisverzekering én een eigen risico. Maar de hoofdregel geldt: in Bismarck-landen betaal je vaker en meer uit eigen zak dan in Beveridge-landen.
Nederland en België: bij elke stap betalen
Voor Nederlanders en Belgen in Spanje is dit verschil dagelijks merkbaar. Nederland kent een eigen bijdrage bij de huisarts, de specialist, ziekenhuisopname, de spoedeisende hulp én bij medicijnen op recept. België werkt vergelijkbaar. Iedere inwoner van België is verplicht aangesloten bij een mutualiteit (ziekenfonds), met een basispremie van ongeveer 200 euro per jaar. De mutualiteit vergoedt daarna tot 80 procent van een consult. Maar er blijft altijd een deel over dat de patiënt zelf betaalt — ook bij een ziekenhuisopname.
Bij de huisarts betaalt een Belg doorgaans zo’n 8 procent van de kosten zelf. Bij de specialist en het ziekenhuis loopt dat op. De eigen bijdrage bij de apotheek varieert in België tussen de 0 en 80 procent. Gemiddeld betalen Belgen gezamenlijk zo’n 33 procent van alle medicijnkosten zelf.
Woon je als Nederlander of Belg langdurig in Spanje en sta je ingeschreven bij het Sistema Nacional de Salud (nationale gezondheidsdienst)? Dan geldt het Spaanse systeem volledig voor je. Naar de huisarts: gratis. Naar de specialist: gratis. In het openbare ziekenhuis: gratis. Alleen bij de apotheek betaal je mee. Hoe je je aanmeldt bij de Seguridad Social (sociale zekerheidsinstelling) lees je in ons stappenplan voor toegang tot de Spaanse gezondheidszorg.
Wat betaal je in Spanje bij de apotheek?
Het systeem van eigen bijdragen voor medicijnen trad in 2012 in werking. Sindsdien betalen veel gepensioneerden een deel van hun medicijnen zelf. Hoeveel dat is, hangt af van je inkomen.
De Hacienda (Belastingdienst) geeft je inkomen door aan het Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS, de sociale zekerheidsinstelling). De farmacia of apotheek ziet automatisch welke bijdragecategorie voor je geldt zodra je je zorgpas toont.
De eigen bijdrage ligt tussen de 10 en 60 procent van de medicijnprijs, afhankelijk van je inkomen. Wie weinig verdient of een laag pensioen heeft, betaalt vaak niets. Kwetsbare groepen, zoals mensen met een handicap, werklozen, eenoudergezinnen en minderjarigen, zijn vrijgesteld van de eigen bijdrage bij medicijnen.
Opvallend detail: de maximumbedragen voor de eigen bijdrage zouden elk jaar worden aangepast aan de inflatie, maar zijn officieel niet gewijzigd sinds 2016. Dat is inmiddels tien jaar geleden. Zorgeconomen wijzen er al langer op dat het systeem daardoor scheefgroeit.
Onderzoekers pleiten voor eerlijker systeem
Wetenschappers van de Universiteit van Las Palmas onderzochten de gegevens van meer dan 4,5 miljoen mensen en stelden een nieuw model voor. In dat model vervalt het onderscheid tussen werkenden en gepensioneerden. De eigen bijdrage hangt dan uitsluitend af van je persoonlijk inkomen.
Wie minder dan 6.000 euro per jaar verdient, zou helemaal niets meer betalen. De extra kosten voor de overheid blijven volgens de onderzoekers beheersbaar. Afhankelijk van de aanpak gaat het om 48 tot 710 miljoen euro extra per jaar, op de schaal van de Spaanse zorgbegroting een relatief klein bedrag.
Zeven landen betalen overal mee
Slechts zeven EU-landen kennen een eigen bijdrage in alle zes zorgcategorieën: België, Cyprus, Kroatië, Slovenië, Frankrijk, Letland en Zweden. Spanje staat aan de andere kant. Samen met Denemarken beperkt Spanje de eigen bijdrage tot alleen medicijnen op recept. Bij de huisarts, specialist, het openbare ziekenhuis en de spoedeisende hulp betaal je niets.
Toch kiezen steeds meer Spanjaarden voor een aanvullende privéverzekering, vooral om lange wachttijden te vermijden. Inmiddels heeft bijna 13 miljoen mensen een particuliere polis. De premies stijgen daarbij flink: in 2025 gingen ze met gemiddeld 10 procent omhoog, de grootste stijging in meer dan twintig jaar. Voor 65-plussers loopt de maandpremie al snel op tot meer dan 120 euro per maand.
Voor wie overweegt naar Spanje te emigreren — of hier al woont — is het publieke systeem een concreet voordeel. Juist op het moment dat je de zorg het hardst nodig hebt, bij een opname in een openbaar ziekenhuis of spoed, betaal je in Spanje doorgaans veel minder dan in Nederland of België. Wil je weten hoe het Spaanse zorgsysteem precies werkt voor emigranten? Lees dan ons uitgebreide artikel over gezondheidszorg via de Seguridad Social. Alleen de apotheek vraagt je bijdrage.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp en Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.