Al vier jaar verkopen Spanjaarden minder fietsen. In 2025 werden ongeveer 1,1 miljoen fietsen verkocht, wat weer een daling is van zo ongeveer 1 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. De enorme toename aan verkopen die tijdens de pandemie te zien was, daalt nu langzaam. Veel fietsen die toen gekocht werden, staan nu in de schuur, in plaats van dat je ze op straat ziet.
Tijdens de pandemie hebben heel wat Spanjaarden de fiets opnieuw gevonden. Hij bood een veilig alternatief voor het openbaar vervoer en was tegelijkertijd een manier om toch even buiten te zijn. Maar die plotselinge interesse voor de fiets blijkt niet van lange duur. Nu alles weer normaal is, kiezen veel mensen weer voor de auto of de bus, tram, trein.
De prijs speelt ook mee. Een gemiddelde fiets in Spanje kost nu rond de 1.280 euro, al ligt de prijs van een eenvoudige fiets tot aan een elektrische fiets behoorlijk uit elkaar. Juist omdat fietsen duurder zijn, vinden veel mensen het lastig om opnieuw geld uit te geven aan een nieuwe fiets.
De fietsenbranche kijkt met een beetje afgunst naar Nederland, het echt typische fietsland van Europa. Daar is fietsen niet iets voor even, maar een heel normaal onderdeel van je dagelijkse leven. Jong en oud, iedereen fietst daar, of het nu regent, sneeuwt of de zon schijnt. Dit laat goed zien dat het in Spanje niet alleen om het aantal verkochte fietsen gaat, maar ook om de manier van leven.
In Nederland wordt het fietsen juist aangemoedigd. Denk aan veilige fietspaden, voordelen bij de belasting, en afspraken met werkgevers. In Spanje blijven dit soort dingen vaak nog bij plannen. De fietsenbranche zegt dat de subsidies en hulp die beloofd waren nog steeds niet gegeven zijn, waardoor er geen echt grote verandering komt.
Daarbij komen nog de economische omstandigheden. Doordat de prijzen hoger zijn, denken mensen goed na over het kopen van een nieuwe fiets. En heel veel gezinnen hebben tijdens de pandemie al een fiets gekocht, waardoor ze er nu niet zo snel nog een nodig hebben.
Toch is het niet alleen maar slecht. Er is namelijk wel een basis. Er hebben meer mensen dan ooit een fiets in huis en weten hoe prettig het is om hiermee te fietsen. Als de overheid nu echt werk maakt van plannen en geld steekt in fietsen, kan de fiets in Spanje een grotere rol krijgen in het dagelijkse leven.
De vergelijking met Nederland laat vooral zien dat de fiets niet vanzelf populair wordt. Het vraagt om een goed plan, geld, en dat je er de tijd voor neemt. Pas als dat zo is, wordt fietsen meer dan een mode en is het voorgoed een onderdeel van je dagelijkse routine.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano