In veel delen van Spanje hoor je soms het woord Hacenderas, vooral in landelijke gebieden. Het is geen modern modewoord of internetterm, maar juist een begrip met diepe wortels in de Spaanse geschiedenis. Het verwijst naar een manier van samenleven die eeuwenlang heel normaal was.
Hacenderas betekent gezamenlijke, onbetaalde arbeid die dorpsbewoners uitvoeren voor het algemeen belang. Denk aan het herstellen van wegen, het schoonmaken van irrigatiekanalen, het repareren van fonteinen of het onderhouden van gemeenschappelijke grond. Iedereen hielp mee, omdat iedereen er later profijt van had.
De oorsprong van het woord ligt bij het Spaanse werkwoord hacer, dat doen of maken betekent. Een hacendera was letterlijk iets wat gedaan moest worden. In veel dorpen werd zo’n werkdag vooraf aangekondigd en werd van gezinnen verwacht dat minstens één persoon aanwezig was. Wie zonder geldige reden wegbleef, kon zelfs een boete krijgen.
Vooral in regio’s als Castilië en León, Cantabrië en delen van Aragón waren hacenderas heel gebruikelijk. Ze waren noodzakelijk, omdat dorpen weinig geld hadden en volledig afhankelijk waren van samenwerking. Zo ontstond een sterk gemeenschapsgevoel en wisten mensen precies dat ze op elkaar konden rekenen.
In de loop van de twintigste eeuw verdwenen hacenderas grotendeels. Gemeenten namen taken over en betaalde bedrijven deden het werk. Toch zijn ze nooit helemaal verdwenen. In sommige dorpen worden ze nog steeds georganiseerd, vaak in een modernere vorm en op vrijwillige basis.
Tegenwoordig worden hacenderas soms opnieuw ingevoerd om leeglopende dorpen nieuw leven in te blazen. Het samen werken versterkt de band tussen bewoners en trekt ook jongere generaties aan die op zoek zijn naar meer verbondenheid. Het woord staat daarmee symbool voor een oude Spaanse traditie die verrassend actueel blijft.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano