De vergeten tragedie van Spaanse gevangenen en de bevrijding van Mauthausen
Op 5 mei 2026 is het 81 jaar geleden dat het concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk werd bevrijd door Amerikaanse troepen. Dit kamp, dat berucht is vanwege zijn wreedheid, kreeg onder Spaanse gevangenen de bijnaam “het kamp van de Spanjaarden”. Meer dan 7500 Spaanse republikeinen, die na de Spaanse Burgeroorlog naar Frankrijk waren gevlucht, werden daarheen gedeporteerd, waarvan velen het leven verloren.
Mauthausen was een van de zwaarste kampen binnen het nazistische systeem. Gevangenen werden onderworpen aan onmenselijke omstandigheden, waaronder dwangarbeid in steengroeven, extreme ondervoeding en mishandeling. De beruchte “Dodentrap”, een trap van 186 treden die gevangenen met zware stenen moesten beklimmen, symboliseert de gruwelijkheden die daar plaatsvonden.
De Spaanse gevangenen werden door het Franco-regime als “staatsloze vijanden” geclassificeerd, hetgeen hun deportatie vergemakkelijkt heeft. De Spaanse consul in Wenen, Guillermo Pecker y Cardona, onderhield gedurende deze periode contact met de SS-officieren in het kamp en ontving zelfs persoonlijke bezittingen van overleden gevangenen. In enkele gevallen nam het regime de beslissing om individuele gevangenen vrij te laten, maar dit kwam slechts sporadisch voor.
Tijdens de bevrijding van het kamp op 5 mei 1945 werden de Amerikaanse soldaten verwelkomd met een spandoek in het Spaans, waarop stond: “De antifascistische Spanjaarden groeten de bevrijders”. Deze boodschap benadrukte de significante aanwezigheid van Spaanse gevangenen in Mauthausen.
In de nasleep van de bevrijding ontvingen de overlevenden geringe erkenning. Velen waren niet in staat terug te keren naar Spanje vanwege het voortbestaan van het Franco-regime. Pas in recente jaren is er een groeiende aandacht ontstaan voor hun lot. In 2019 werd 5 mei in Spanje officieel uitgeroepen tot de “Dag van de Herdenking van de Spaanse Gedeporteerden naar de Nazikampen en alle Slachtoffers van het Nazisme”.