De Spaanse huizenmarkt staat opnieuw onder grote druk. Volgens recente cijfers is de gemiddelde woningprijs in het derde kwartaal van 2025 gestegen tot ruim 2.154 euro per vierkante meter. Dat is hoger dan vlak voor het instorten van de vastgoedmarkt in 2008. Voor veel mensen roept dat meteen de vraag op of Spanje opnieuw richting een gevaarlijke huizenbubbel of ‘burbuja inmobiliaria’ gaat.
Toch is de situatie niet overal hetzelfde. In zes autonome regio’s liggen de prijzen inmiddels boven het niveau van de vorige crisis. Vooral de Balearen springen eruit, waar woningen meer dan 51 procent duurder zijn dan in 2008. In andere provincies, zoals Ciudad Real, liggen de prijzen juist nog duidelijk lager dan toen.
Het gaat hierbij om taxatiewaarden en niet om de exacte verkoopprijzen. Deze schattingen geven wel een goed beeld van de algemene trend op de woningmarkt. Ze laten zien dat woningen in populaire gebieden steeds moeilijker betaalbaar worden, terwijl andere regio’s achterblijven.
Volgens veel economen is er op dit moment geen sprake van een klassieke vastgoedbubbel. Banken zijn veel strenger bij het verstrekken van hypotheken en mensen lenen minder risicovol dan vóór 2008. Ook het aantal betalingsproblemen is laag, wat wijst op een stabielere basis dan tijdens de vorige crisis.
Dat betekent echter niet dat er geen problemen zijn. De vraag naar woningen blijft groot, terwijl er te weinig nieuwbouw is. Hierdoor blijven de prijzen stijgen, vooral in grote steden en aan de kust. Verwacht wordt dat de prijzen ook in 2026 blijven oplopen, al waarschijnlijk minder snel dan de afgelopen jaren.
De kern van het probleem ligt vooral bij het gebrek aan aanbod en betaalbare woningen. Starters en jonge gezinnen hebben het steeds lastiger om iets te vinden, terwijl investeerders en buitenlandse kopers de druk verder opvoeren. De markt is dus gespannen, maar voorlopig nog geen zeepbel die op knappen staat.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano