Als je als inwoner van Spanje of Nederlandse of Belgische vakantieganger regelmatig de weg op gaat in Spanje, zul je het waarschijnlijk al gemerkt hebben. Er lijkt ineens vaker gecontroleerd te worden, al is het niet altijd meteen duidelijk waar die controles precies plaatsvinden. Dat is geen toeval. Achter de schermen wordt namelijk gewerkt met nieuwe apparatuur die een stuk minder opvalt in het verkeer.
De Spaanse verkeersdienst DGT kiest er steeds vaker voor om mobiele snelheidsmeters in te zetten die je niet direct als zodanig herkent. Je ziet geen grote flitspalen langs de berm of opvallende camera’s boven de weg, maar compacte apparaatjes die bijna wegvallen in de omgeving. Ze staan soms in de berm, worden op een vangrail gemonteerd of duiken op plekken op waar je ze eigenlijk helemaal niet verwacht.
Dat verandert de manier waarop we rijden. Veel automobilisten hebben door de jaren heen onbewust gewoontes ontwikkeld, zoals even inhouden bij een bekende flitspaal om daarna weer te versnellen. Als we eerlijk zijn, herkennen we dat gedrag allemaal wel. Juist die routine wil men nu doorbreken. Volgens berichten van de krant elDiario zet de DGT daarom bewust in op een aanpak vol variatie en verrassingen. De controle is er nog steeds, maar je ziet hem simpelweg niet meer altijd aankomen.
Wat opvalt is dat de focus vooral ligt op de secundaire wegen. Dat zijn vaak de routes waar je lekker ontspannen rijdt, minder verkeer tegenkomt en daardoor soms ongemerkt iets sneller gaat rijden. Tegelijkertijd zijn dit de wegen waar relatief veel ongelukken gebeuren. Uit de cijfers blijkt dat het risico daar vaak groter is dan op de snelwegen.
De vertrouwde controles verdwijnen overigens niet. Vaste flitspalen blijven gewoon staan en ook trajectcontroles blijven actief. Het grote verschil zit hem in de combinatie. Waar je vroeger precies wist op welke punten je extra alert moest zijn, is dat nu een stuk lastiger geworden. Het voelt een beetje alsof de spelregels zijn aangepast. Voor sommige bestuurders zal dit best even wennen zijn, of misschien zelfs een beetje frustrerend. De kans op een boete neemt immers toe als je blijft rijden zoals je altijd deed. Toch is het doel erachter heel helder: minder ongelukken en minder slachtoffers. Bekijk je het op die manier, dan is het best begrijpelijk dat er wordt gekozen voor middelen die echt effect hebben, ook al zijn ze minder goed zichtbaar.
Wat merk je daar in de praktijk van? Vooral dat de voorspelbaarheid weg is. Op die rustige weg waar je normaal gesproken nooit een controle zag, kan nu ineens wel een camera staan. En dat gebeurt niet eenmalig, maar op wisselende momenten. Het lijkt erop dat men vooral wil bereiken dat je overal dezelfde snelheid aanhoudt: netjes binnen de limiet, zonder uitzonderingen.
Laatste Nieuws
Deze tekst is eigendom van Spanjevandaag.com.
Spanje zet nieuwe controles in en dit apparaat houdt je snelheid overal in de gaten
Als je als inwoner van Spanje of Nederlandse of Belgische vakantieganger regelmatig de weg op gaat in Spanje, zul je het waarschijnlijk al gemerkt hebben. Er lijkt ineens vaker gecontroleerd te worden, al is het niet altijd meteen duidelijk waar die controles precies plaatsvinden. Dat is geen toeval. Achter de schermen wordt namelijk gewerkt met nieuwe apparatuur die een stuk minder opvalt in het verkeer.
De Spaanse verkeersdienst DGT kiest er steeds vaker voor om mobiele snelheidsmeters in te zetten die je niet direct als zodanig herkent. Je ziet geen grote flitspalen langs de berm of opvallende camera’s boven de weg, maar compacte apparaatjes die bijna wegvallen in de omgeving. Ze staan soms in de berm, worden op een vangrail gemonteerd of duiken op plekken op waar je ze eigenlijk helemaal niet verwacht.
Dat verandert de manier waarop we rijden. Veel automobilisten hebben door de jaren heen onbewust gewoontes ontwikkeld, zoals even inhouden bij een bekende flitspaal om daarna weer te versnellen. Als we eerlijk zijn, herkennen we dat gedrag allemaal wel. Juist die routine wil men nu doorbreken. Volgens berichten van de krant elDiario zet de DGT daarom bewust in op een aanpak vol variatie en verrassingen. De controle is er nog steeds, maar je ziet hem simpelweg niet meer altijd aankomen.
Wat opvalt is dat de focus vooral ligt op de secundaire wegen. Dat zijn vaak de routes waar je lekker ontspannen rijdt, minder verkeer tegenkomt en daardoor soms ongemerkt iets sneller gaat rijden. Tegelijkertijd zijn dit de wegen waar relatief veel ongelukken gebeuren. Uit de cijfers blijkt dat het risico daar vaak groter is dan op de snelwegen.
De vertrouwde controles verdwijnen overigens niet. Vaste flitspalen blijven gewoon staan en ook trajectcontroles blijven actief. Het grote verschil zit hem in de combinatie. Waar je vroeger precies wist op welke punten je extra alert moest zijn, is dat nu een stuk lastiger geworden. Het voelt een beetje alsof de spelregels zijn aangepast. Voor sommige bestuurders zal dit best even wennen zijn, of misschien zelfs een beetje frustrerend. De kans op een boete neemt immers toe als je blijft rijden zoals je altijd deed. Toch is het doel erachter heel helder: minder ongelukken en minder slachtoffers. Bekijk je het op die manier, dan is het best begrijpelijk dat er wordt gekozen voor middelen die echt effect hebben, ook al zijn ze minder goed zichtbaar.
Wat merk je daar in de praktijk van? Vooral dat de voorspelbaarheid weg is. Op die rustige weg waar je normaal gesproken nooit een controle zag, kan nu ineens wel een camera staan. En dat gebeurt niet eenmalig, maar op wisselende momenten. Het lijkt erop dat men vooral wil bereiken dat je overal dezelfde snelheid aanhoudt: netjes binnen de limiet, zonder uitzonderingen.
