In de Spaanse regio Galicië duiken steeds vaker extreem grote everzwijnen op. Deze dieren krijgen van jagers de bijnaam ‘vakamulo’. Die naam is een combinatie van de Spaanse woorden voor koe en muildier, omdat de dieren zo groot en gespierd zijn dat ze daar nog het meest aan doen denken.
Het gaat niet om een nieuwe diersoort of een genetische afwijking. Volgens experts zijn vakamulos oude mannelijke everzwijnen die vaak ouder zijn dan tien jaar. Doordat ze jarenlang overleven, weinig natuurlijke vijanden hebben en leven in een gunstige omgeving, kunnen ze uitzonderlijk groot worden.
Een normaal wild zwijn weegt gemiddeld rond de 60 kilo. De vakamulos zijn een heel ander verhaal. Sommige exemplaren halen gewichten tot bijna 200 kilo. Dat maakt ze tot echte reuzen binnen hun soort en tot een indrukwekkende verschijning in het landschap.
Vooral in de Ribeira Sacra, bij de diepe kloven van de rivier de Sil tussen Lugo en Ourense, worden deze grote zwijnen gezien. Het ruige en steile terrein werkt als een natuurlijke sportschool voor de dieren. In combinatie met veel voedsel, zoals kastanjes, zorgt dat voor sterke spieren en een groot lichaam.
Waar de vakamulos vroeger vooral in dit gebied voorkwamen, worden ze nu ook gezien in andere delen van Galicië, zoals in A Coruña en Pontevedra. Op eerste kerstdag werd in Abegondo zelfs een exemplaar van 149 kilo geschoten, wat laat zien hoe wijdverspreid het fenomeen inmiddels is.
De groeiende populatie everzwijnen zorgt voor steeds meer problemen. Ze richten schade aan op akkers en weilanden en veroorzaken ook meer verkeersongevallen. Daarom heeft de regionale overheid al meerdere keren speciale noodmaatregelen genomen, waardoor er in veel gebieden zonder limiet op everzwijnen gejaagd mag worden.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano