Vrouwen die in Spanje met pensioen zijn, ontvangen gemiddeld 5.300 euro per jaar minder dan mannen. Dat verschil bestond al tijdens het werkzame leven, maar wordt na pensionering nog groter. De kloof stijgt van 19 procent tijdens de loopbaan naar 24 procent zodra iemand met pensioen gaat.
Dat betekent concreet dat vrouwen elke maand duidelijk minder te besteden hebben dan mannen. Het pensioen is in Spanje sterk afhankelijk van het salaris en het aantal gewerkte jaren. Wie minder verdient of minder jaren werkt, bouwt automatisch een lager pensioen op. En dat treft vooral vrouwen.
Tijdens hun loopbaan werken vrouwen vaker in deeltijd en verdienen ze gemiddeld lagere lonen. Ook onderbreken zij hun carrière vaker om voor kinderen of familieleden te zorgen. Die periodes tellen minder zwaar mee voor de pensioenopbouw. Het gevolg zie je pas echt goed terug zodra het pensioen ingaat.
Hoewel de overheid de afgelopen jaren maatregelen heeft ingevoerd om de ongelijkheid te verkleinen, zoals extra aanvullingen voor moeders, blijkt dat dit niet voldoende is om de kloof te dichten. De verschillen blijven groot en worden zelfs zichtbaarder na pensionering.
Deskundigen spreken van een structureel probleem. Zolang vrouwen vaker zorgtaken op zich nemen, minder uren werken en in lagere functies terechtkomen, zal ook het verschil in pensioen blijven bestaan. De pensioenregeling zelf vergroot dat effect, omdat deze direct gekoppeld is aan inkomen en loopbaanlengte.
Met een steeds ouder wordende bevolking wordt dit probleem urgenter. Voor veel mensen is het pensioen hun belangrijkste of zelfs enige bron van inkomsten. Een verschil van 24 procent kan dan een groot effect hebben op de financiële zekerheid en levenskwaliteit van gepensioneerde vrouwen.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano