Wie in 2026 een woning in Spanje verkoopt, krijgt te maken met verschillende kosten en belastingen. In totaal kan dit oplopen tot ongeveer 5 tot 15 procent van de verkoopprijs. Hoeveel je precies betaalt, hangt af van de regio, de verkoopprijs en jouw persoonlijke situatie.
Nog vóór de verkoop zijn er al enkele verplichte kosten. Zo moet je beschikken over een energiecertificaat en soms extra technische documenten. Ook het opvragen van een nota simple, waarin staat wie de eigenaar is en of er schulden op de woning rusten, kost geld. Deze bedragen zijn meestal beperkt, maar wel verplicht.
Tijdens het verkoopproces kunnen de kosten verder oplopen. Denk aan notariskosten en eventuele registratiekosten. Verkoop je je huis via een makelaar, dan betaal je ook een makelaarscommissie. Deze commissie verschilt per makelaar en ligt vaak tussen de 3 en 6 procent van de verkoopprijs.
De grootste kostenpost voor veel verkopers is de belasting op de winst, de zogenaamde IRPF. Deze betaal je alleen als je je woning met winst verkoopt. De winst is het verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs, waarbij sommige kosten mogen worden afgetrokken. De belastingtarieven lopen op en kunnen in de hoogste schijf oplopen tot ongeveer 30 procent.
Daarnaast is er de gemeentelijke plusvalía. Dit is een belasting over de waardestijging van de grond sinds de aankoop van de woning. Als er geen waardestijging is, kan het zijn dat je deze belasting niet hoeft te betalen. De hoogte verschilt sterk per gemeente.
Ben je geen fiscale inwoner van Spanje, dan houdt de koper meestal 3 procent van de verkoopprijs in en draagt dit af aan de belastingdienst. Dit bedrag is een voorschot en kan later worden teruggevraagd als blijkt dat je minder belasting verschuldigd bent.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano