Wie in 2026 op vakantie gaat, merkt het meteen bij het reserveren van een tafel. Uit eten gaan is in veel Europese landen opnieuw duurder geworden. Toch zijn er duidelijke verschillen, vooral tussen Spanje, Nederland en België. Voor veel vakantiegangers blijft Spanje daarom een aantrekkelijke bestemming om betaalbaar te genieten van restaurants en cafés, zo blijkt uit het onderzoek van Ferrygogo.
In Spanje liggen de restaurantprijzen ook in 2026 een stuk lager dan in Noordwest-Europa. Een eenvoudige lunch in een lokaal restaurant kost gemiddeld tussen de twaalf en vijftien euro, terwijl een driegangenmenu in een middenklasse restaurant vaak rond de vijfentwintig euro blijft. Buiten de grote steden zoals Madrid en Barcelona liggen de prijzen vaak nog lager, vooral in Andalusië, Murcia en delen van Galicië.
Nederland blijft juist een van de duurste landen om uit eten te gaan. Een simpele maaltijd in een restaurant kost daar al snel twintig euro of meer. Voor een diner met meerdere gangen betaal je zonder moeite veertig tot vijfenveertig euro per persoon. Ook drankjes zijn relatief duur, wat een avondje uit eten flink kan laten oplopen.
België zit qua prijzen tussen Spanje en Nederland in, maar neigt steeds meer naar de Nederlandse kant. Een hoofdgerecht in een doorsnee restaurant kost gemiddeld twintig tot vijfentwintig euro. Vooral in toeristische steden zoals Brussel, Brugge en Antwerpen kunnen de prijzen snel stijgen. Daar staat tegenover dat de porties vaak royaal zijn en de kwaliteit hoog ligt.
De conclusie van dit Ferrygogo-onderzoek is dat dit voor vakantiegangers betekent dat Spanje in 2026 nog steeds een goede keuze is voor wie graag uit eten gaat zonder het gevoel te hebben voortdurend op de kosten te moeten letten. Zeker voor gezinnen en overwinteraars kan het verschil met Nederland en België op jaarbasis flink oplopen.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano