Vier gemeenten in de regio Marina Alta behoren tot de tien duurste plaatsen van Spanje om een huis te kopen. Dat blijkt uit recente cijfers over de gemiddelde vraagprijs van koopwoningen. In deze plaatsen ligt de gemiddelde prijs rond de één miljoen euro, waardoor ze in de nationale top belanden.
Het gaat om de populaire kustplaatsen Moraira, Benissa, Benitxell en Jávea, die al jaren in trek zijn bij zowel buitenlandse als Spaanse kopers. De combinatie van zeezicht, luxe villa’s, een mild klimaat en een goede infrastructuur zorgt ervoor dat de vastgoedprijzen hier blijven stijgen. Voor veel kopers is het aanbod exclusief en beperkt, wat de prijzen verder opdrijft.
Volgens de gepubliceerde gegevens ligt de gemiddelde verkoopprijs in deze gemeenten rond de één miljoen euro. Daarmee zitten ze ruim boven het Spaanse gemiddelde. In sommige gevallen gaat het vooral om vrijstaande villa’s met zwembad en grote percelen, vaak gelegen in gewilde urbanisaties met uitzicht op zee.
De sterke internationale vraag speelt een belangrijke rol. Kopers uit onder meer Noord Europa zien de regio als een veilige investering en een aantrekkelijke plek om te wonen of te overwinteren. Daardoor blijft de markt dynamisch, ondanks economische onzekerheden en stijgende hypotheekrentes.
Opvallend is dat de provincie Alicante sowieso sterk vertegenwoordigd is in de lijst met duurste gemeenten. De Costa Blanca blijft populair, mede dankzij de kwaliteit van leven, gastronomie en goede verbindingen via luchthavens in de regio. Dat maakt de streek aantrekkelijk voor zowel permanente verhuizing als tweede woningen.
Voor lokale bewoners wordt het echter steeds moeilijker om een woning te kopen. De kloof tussen inkomens en huizenprijzen groeit, zeker in de meest exclusieve zones. De vraag is dan ook hoe deze prijsontwikkeling zich de komende jaren zal voortzetten en of er maatregelen komen om de woningmarkt toegankelijker te maken.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano