Spanje hoort in 2024 niet meer bij de drie grootste kaasproducenten van Europa. Ondanks de lange traditie en grote variatie aan kazen, kan het land niet op tegen de grootschalige kaasindustrieën van andere Europese landen.
Spanje produceerde vorig jaar ongeveer 538.000 ton kaas. Dat is een stuk minder dan landen als Duitsland, Frankrijk en Italië, die de Europese ranglijst aanvoeren. Ook Polen en Nederland produceren inmiddels meer kaas dan Spanje. Daarmee is Spanje verder weggezakt op de lijst van grootste producenten.
Het verschil zit vooral in de manier van produceren. In Spanje bestaat de kaassector vooral uit kleine en middelgrote producenten die zich richten op kwaliteit, ambacht en regionale producten. In landen als Frankrijk, Italië en Nederland draait het juist om massaproductie, grote fabrieken en sterke export.
Duitsland is op dit moment de grootste kaasproducent van Europa. Frankrijk volgt met grote hoeveelheden Camembert en Brie, terwijl Italië vooral veel Parmezaanse kazen produceert. Nederland exporteert wereldwijd grote volumes Gouda. Deze kazen zijn goed geschikt voor industriële productie en lange opslag.
Toch betekent dit niet dat Spaanse kaas minder belangrijk is. Spanje is binnen de Europese Unie juist de grootste producent van pure schapenkaas en staat op de tweede plaats bij geitenkaas. Deze kazen worden in kleinere hoeveelheden gemaakt, maar staan bekend om hun kwaliteit en smaak.
Een goed voorbeeld is Manchego, misschien wel de bekendste Spaanse kaas. Deze kaas met beschermde oorsprongsbenaming blijft internationaal prijzen winnen. In 2024 werd een ambachtelijke Manchego uit de provincie Ciudad Real zelfs uitgeroepen tot beste kaas van het jaar.
De cijfers laten zien dat Spanje vooral inzet op traditie en vakmanschap, terwijl andere landen kiezen voor schaal en volume. Dat levert minder tonnen op, maar wel kazen die wereldwijd worden gewaardeerd om hun karakter en herkomst.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano