Uit nieuw vrijgegeven Amerikaanse documenten blijkt dat de namen van de voormalige Spaanse premier José María Aznar en zijn vrouw Ana Botella voorkomen op facturen van twee pakketten die begin deze eeuw zijn verstuurd door de Amerikaanse zakenman Jeffrey Epstein. In dezelfde documenten worden ook andere bekende namen genoemd, zoals 86 keer Donald Trump en zelfs Elon Musk. Het gaat om stukken die nu openbaar zijn gemaakt door de Amerikaanse justitie.
Het eerste pakket werd begin september 2003 vanuit New York verstuurd. Volgens de factuur was het pakket gericht aan “presidente y Ana Aznar” en werd het afgeleverd bij het regeringscomplex La Moncloa in Madrid. Twee dagen later zou het pakket zijn opgehaald.
Een tweede verzending vond plaats in mei 2004, kort nadat Aznar was gestopt als premier. Dit pakket werd gestuurd naar het kantoor van de denktank FAES in Madrid, een organisatie die nauw verbonden is met Aznar. Ook dit pakket werd enkele dagen na verzending opgehaald.
In dezelfde documenten duiken ook andere namen uit de directe omgeving van Aznar op. Zo staan zijn zoon José Aznar en zijn schoonzoon Alejandro Agag vermeld in een adres- en telefoonlijst van Epstein. Daarbij worden zakelijke e-mailadressen genoemd.
Volgens verschillende media betekent het verschijnen van deze namen niet dat er sprake is van strafbare feiten of een persoonlijke band met Epstein. Het gaat om administratieve documenten, zonder verdere uitleg over de inhoud van de pakketten of het contact.
Bronnen uit de omgeving van Aznar zeggen verrast te zijn door de informatie en benadrukken dat hij Epstein niet kende. Ze wijzen erop dat bij officiële gebouwen zoals La Moncloa dagelijks veel post en pakketten binnenkomen, vaak zonder dat de geadresseerden daar direct bij betrokken zijn.
De documenten maken deel uit van een veel grotere vrijgave van miljoenen pagina’s rond het Epstein-onderzoek. De publicatie zorgt wereldwijd voor aandacht, maar laat in veel gevallen vooral vragen achter.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano