Er is iets opmerkelijks aan de gang op de Spaanse woningmarkt. Op het eerste gezicht lijkt er geen vuiltje aan de lucht, tenminste als je alleen naar de prijzen kijkt. Die schieten namelijk omhoog. Maar achter die cijfers speelt zich een minder zichtbare ontwikkeling af die misschien wel veel belangrijker is.
In korte tijd zijn huizen zo’n 16 procent duurder geworden. Dat is een fors percentage, zeker voor wie wil verkopen. Toch worden er minder woningen verkocht dan voorheen. Dat voelt tegenstrijdig: hoe kan een markt in prijs stijgen terwijl het aantal transacties afneemt?
De verklaring is eigenlijk vrij simpel. Voor de gemiddelde burger in Spanje is een woning gewoonweg onbetaalbaar geworden. De rente op hypotheken is gestegen en de lonen groeien niet hard genoeg mee. Vooral starters haken na een rondje rekenen af. De kloof tussen wat mensen kunnen neerleggen en wat verkopers vragen, wordt alsmaar groter.
Toch zakken de prijzen niet. Dat heeft deels te maken met het aanhoudende woningtekort, maar ook met de rol van beleggers en buitenlandse kopers. Zij hebben vaak meer te besteden en betalen de hoofdprijs zonder veel moeite. Voor de lokale bevolking maakt dat de zoektocht naar een huis er niet makkelijker op.
Het resultaat is volgens het nieuwsmedium El Economista een bijzondere situatie. Huizen staan langer te koop, maar de prijzen dalen niet. Sterker nog, ze blijven stijgen. Het lijkt er bijna op dat de markt een eigen leven is gaan leiden, volledig losgezongen van wat de normale koper nog kan ophoesten.
Economen kijken met argusogen naar deze trend. Ze hebben het voorzichtig over een stille bubbel. Geen plotselinge crash of grote paniek, maar een markt die langzaam maar zeker uit evenwicht raakt. Juist die geleidelijkheid maakt het lastig om te voorspellen wat de toekomst brengt.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano