Spanje verliest 60.000 vakantiewoningen: waar sloeg de klap het hardst toe?
Spanje telt deze zomer tienduizenden toeristische woningen minder dan twee jaar geleden. Strengere regels en de opmars van seizoenshuur duwen het aanbod fors terug, blijkt uit de jongste cijfers van de Spaanse centrale bank.
De daling is niet mals. Waar Spanje tussen 2021 en 2024 een recordaantal van ruim 403.000 toeristische woningen telde, staat de teller in mei 2026 nog maar op 341.001. Dat betekent dat er sinds de piek tot 60.000 appartementen en huizen van het toeristische verhuuraanbod zijn verdwenen, een afname die zich vooral het afgelopen jaar versnelde.
De cijfers komen uit het Jaarverslag 2025 van de Banco de España, de Spaanse centrale bank. Daarin schrijft de instelling de terugval toe aan twee ontwikkelingen die elkaar versterken: regionale en lokale beperkingen op vakantieverhuur, en een verschuiving van eigenaren naar de alquiler de temporada (seizoenshuur, verhuur voor enkele maanden buiten het strikte huurregime om). De krant El Mundo bracht het rapport als eerste naar buiten.
Hoe groot is de daling precies?
Volgens de centrale bank lag het gemiddelde in 2025 op zo’n 355.000 toeristische woningen, tegenover het record van 403.000 in de zomer van 2024. In één jaar tijd verdwenen ongeveer 45.000 panden van de markt. Wie verder terugkijkt naar het hoogtepunt, komt uit op een verlies van 60.000 woningen. Toeristische woningen vormen daarmee nog 1,5 procent van het totale Spaanse woningaanbod, maar op de huurmarkt specifiek wegen ze veel zwaarder: zo’n 10 procent van alle verhuurde woningen in Spanje is bestemd voor toeristen.
Waarom neemt het aanbod juist nu af?
Veel eigenaren stapten tijdens de pandemie over van reguliere verhuur naar toeristenverhuur, omdat dat simpelweg meer opleverde. Die massale overstap zette de toch al krappe huurmarkt verder onder druk. Inmiddels grijpen overheden op meerdere niveaus in. Het ministerie van Volkshuisvesting startte begin 2025 een landelijk register voor kortdurende verhuur, al vernietigde het Hooggerechtshof dat systeem deels, omdat toeristische regelgeving een zaak van de regio’s is, niet van de regering in Madrid.
Op lokaal niveau gaan gemeenten intussen door met eigen maatregelen. Málaga voerde al een moratorium in op nieuwe vergunningen in tientallen wijken, Córdoba deed hetzelfde en Madrid ontwikkelde het Plan Reside, waarmee de hoofdstad geen nieuwe vergunningen meer afgeeft voor verspreide toeristenwoningen in het historische centrum. Tegelijk kiezen steeds meer eigenaren voor de al genoemde seizoenshuur, een trend die de reguliere huurmarkt eveneens op zijn kop zet.
Welke provincies voelen de klap het hardst?
De verschillen tussen regio’s zijn groot. Alicante verloor tussen augustus 2024 en mei 2026 het meest: 12.441 toeristische woningen, tot 32.148 nu. Madrid volgt met 9.004 minder panden, tot 13.431. Op de Balearen daalde het aantal met 5.675 tot 21.304, in Málaga met 2.858 tot 45.176 en in Barcelona met 2.785 tot 15.905.
Ook binnen steden lopen de cijfers sterk uiteen. In Málaga maken toeristische woningen 29 procent van de hele huurmarkt uit; in het toeristische centrum loopt dat op tot 45 procent. Sevilla telt stadsbreed 12 procent, maar in het centrum 45 procent. Las Palmas de Gran Canaria zit rond de 27 procent, Barcelona op 22 procent en Madrid op 15 procent.
Wat betekent dit voor Nederlanders en Belgen?
Wie in Spanje een vakantiewoning verhuurt, ontkomt niet aan de regionale regels. De VUT (Vivienda de Uso Turístico, vergunning voor toeristische bewoning) blijft overal verplicht, en nu de nationale laag grotendeels is weggevallen, ligt de controle volledig bij de comunidades autónomas (autonome regio’s). Voor huurders en kopers verandert er intussen weinig aan de kern van het probleem: het woningtekort zit vooral in te weinig nieuwbouw, niet in toeristenverhuur alleen. Dat de daling doorzet, bevestigt in elk geval een eerdere trend die SpanjeVandaag al begin dit jaar signaleerde.
Toeristische woningen en woningen in handen van niet-ingezeten buitenlanders komen samen uit op bijna 900.000 panden, oftewel 3 procent van het Spaanse woningbestand. Minister van Volkshuisvesting Isabel Rodríguez maakte vorige week in Santander haar ambitie duidelijk: al die woningen ombuigen naar permanente bewoning zou de woningnood in één klap oplossen.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp and Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.