Waarom Spanje het nieuwe datacenterland van Europa wordt
Spanje groeit razendsnel uit tot het datacenterhart van Zuid-Europa. Goedkoop water, groene stroom en onderzeese kabels trekken techreuzen aan, terwijl omwonenden zich zorgen maken over het waterverbruik.
De Europese Commissie wil dat alle digitale informatie van het continent voortaan binnen Europa staat opgeslagen. Niet langer in IJsland of de Verenigde Staten, maar op eigen bodem. Om dat te bereiken presenteerde Brussel onlangs de Ley de Desarrollo de la Nube y la IA (wet voor de ontwikkeling van cloud en kunstmatige intelligentie), kortweg CADA. Die strategie moet de Europese datacentercapaciteit binnen vijf tot zeven jaar verdrievoudigen en tegelijk klimaatneutraal maken tegen 2030.
“We kunnen niet afhankelijk zijn van anderen voor de technologie die onze ziekenhuizen draaiende houdt”, zei Commissievoorzitter Ursula von der Leyen bij de presentatie. Europa telt ongeveer 3.500 datacenters, met de grootste concentraties in Duitsland (529) en het Verenigd Koninkrijk (523), gevolgd door Frankrijk, Italië en Nederland. Daarna komt Spanje, waar tussen de 130 en 150 installaties draaien.
Waar staan de meeste datacenters in Spanje?
De regio’s Madrid, Catalonië en Aragón herbergen het grootste deel, met Valencia, Bilbao en Málaga als kleinere knooppunten. De groei houdt aan. Voor 2026 staan investeringen van meer dan 8 miljard euro op de planning, met een pijplijn die kan oplopen tot 90 miljard. Dat Spanje zich opwerpt als de digitale opslagplaats van Zuid-Europa verbaast techbedrijven allang niet meer.
Ook de Comunidad Valenciana (regio Valencia) profiteert mee. Naast de elf bestaande centra komt er in Picassent een macrocentrum: Digital Valley Comunitat Valenciana. Het project beslaat 77 hectare, waarvan bijna de helft naar datacenters gaat met een capaciteit van 200 megawatt, goed voor een investering van ruim 2,2 miljard euro. Dat meldt nieuwsmedium Valencia Plaza.
Spanje investeert 719 miljoen euro in AI-gigafabriek in Tarragona en Madrid
Waarom kiezen techreuzen juist voor Spanje?
Tot voor kort waren Amsterdam, Londen en Dublin de favoriete plekken, dicht bij de gebruikers en met lage latentie. Inmiddels remmen die steden de bouw af vanwege een overbelast stroomnet en gebrek aan grond. In de Ierse hoofdstad slokten datacenters op een gegeven moment 80 procent van het stroomverbruik op. Ontwikkelaars zoeken daarom nieuwe gebieden, en Spanje staat hoog op het lijstje.
Het noorden van Europa benut de Scandinavische kou om de servers te koelen. Spanje speelt andere troeven uit. De prijs van water ligt er laag: na Ierland en Bulgarije zijn Italië en Spanje de Europese landen waar water het goedkoopst is. Opvallend, want Spanje kampt met een van de hoogste niveaus van waterstress in Europa. Het land bouwt zelfs nauwelijks nog nieuwe stuwmeren, waardoor Aragón nu bestaande dijken verhoogt om extra water op te slaan.
Botst de datahonger met het milieu?
Lokale bestuurders kondigen zo’n datacenter graag met trots aan. Forse investeringen, duizenden banen en economische ontwikkeling klinken aantrekkelijk. Het enorme water- en energieverbruik voor de koeling noemen ze er zelden bij, net als de grote lappen industriegrond die eraan opgaan. Tegenstanders van Digital Valley wijzen op de ligging vlak bij het Parc Natural de l’Albufera (natuurpark de Albufera), een kwetsbaar gebied dat afhankelijk is van de rivieren de Júcar en de Turia. Meer watervraag kan dat herstellende ecosysteem verder onder druk zetten. Of de Spaanse stuwmeren die druk aankunnen, blijft de vraag, ook al zitten ze dit jaar voller dan in jaren.
Op het gebied van energie zit Spanje goed. Het land heeft een sterk netwerk van hernieuwbare energie, precies wat CADA voor ogen heeft. De ligging helpt eveneens: Spanje is een belangrijk aanlandpunt voor onderzeese kabels naar Amerika, Afrika en de rest van Europa. Diezelfde infrastructuur voedt ook de Spaanse plannen voor een AI-gigafabriek.
Wie betaalt de rekening?
De financiering komt grotendeels van de techgiganten zelf. Amazon Web Services is de grootste investeerder, met projecten ter waarde van zo’n 33,7 miljard euro, vooral in Aragón. Daar legt het bedrijf bijna 1.000 hectare beslag tussen Huesca en Zaragoza. Amazon viert dit jaar zijn vijftienjarig bestaan in Spanje en zet die uitbreiding nog jaren door.
Voor Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen of er een vakantiehuis hebben, raakt dit thema de portemonnee. Een groeiende vraag naar water en stroom kan op termijn doorwerken in de lokale tarieven, juist in de droge kustregio’s waar veel landgenoten zitten.
Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp and Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.