Negentien jaar. Dat is de tijd die mensen gemiddeld nog hebben zodra ze de 65 aantikken. Het klinkt als een prachtig cadeau, een heel nieuw hoofdstuk. Maar wie verder kijkt dan alleen de getallen, ziet een minder vrolijk beeld: de rol van onze gezondheid.
Van die negentien jaar breng je namelijk een flink deel door met klachten of beperkingen. Het gaat hier niet om een klein beetje, maar om bijna de helft van de tijd. Dat betekent dat veel mensen na hun pensioen te maken krijgen met lichamelijke of mentale problemen die hun dagelijks leven flink in de weg zitten.
Deze informatie komt naar voren uit recente analyses over hoe oud we worden en hoeveel gezonde jaren we nog hebben. Ook het seniorenplatform 65ymás deelde deze bevindingen. In Spanje leven mensen na hun 65e nog zo’n 19 jaar, maar slechts 9 tot 10 jaar daarvan zijn ze echt fit. De rest van de tijd is er vaak sprake van ongemakken, die uiteenlopen van lichte hinder tot echt afhankelijk zijn van anderen.
Wat hierbij opvalt, is het verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen leven over het algemeen langer, maar kampen ook vaker met gezondheidsproblemen. Die extra tijd die zij krijgen, wordt dus vaak gekenmerkt door chronische kwalen of minder mobiel zijn. Mannen leven wat korter, maar blijven in verhouding langer vrij van beperkingen.
Er zijn verschillende oorzaken voor deze cijfers. Je kunt denken aan zaken als voeding, beweging en de kwaliteit van de zorg. Maar ook je sociale leven is belangrijk. Mensen die actief blijven en veel contacten hebben, lijken vaker en langer zelfstandig te blijven. Toch blijft het een onzeker proces, want ouder worden brengt nu eenmaal risico’s mee waar je niet altijd invloed op hebt.
Door de toenemende vergrijzing is er steeds meer aandacht voor dit onderwerp. Het draait niet langer alleen om de vraag hoe oud we worden, maar vooral om hoe we die laatste jaren doorkomen. Want een lang leven is fijn, maar dat beeld verandert snel als blijkt dat een groot deel van die jaren gepaard gaat met beperkingen.
