De laatste auto’s zijn inmiddels weer thuis, koffers uitgepakt, snelwegen lopen leeg. Voor het grootste deel van Spanje kwam er zondagavond een einde aan de Semana Santa. Wat overblijft, is niet alleen het gevoel van een drukke vakantieperiode, maar ook een harde realiteit: 27 mensen verloren het leven op de wegen.
Alleen in enkele regio’s ging het nog een dagje door, waar ‘Tweede Paasdag’ nog als vrije dag geldt. Daar was het verkeer maandag nog merkbaar druk. In de rest van het land zat de piek er toen al op en keerde langzaam de rust terug op het asfalt.
Wie de cijfers bekijkt, ziet meteen waar het vaak misgaat. Volgens de Spaanse verkeersdienst DGT, en zoals gemeld door het nieuwsmedium 20minutos, gebeurden de meeste dodelijke ongevallen op secundaire wegen. Juist daar waar minder toezicht is en bestuurders soms net iets meer risico nemen dan verstandig is.
Het ging in veel gevallen om inzittenden van personenauto’s. Frontale botsingen en voertuigen die van de weg raken, duiken telkens weer op in de statistieken. Het zijn geen nieuwe patronen, eerder een herhaling van wat elk jaar zichtbaar wordt tijdens deze drukke dagen.
De Semana Santa is traditioneel een van de grootste verkeersmomenten van het jaar in Spanje. Miljoenen mensen trekken tegelijk het land door. Richting kust, dorpen of familie. Dat zorgt voor volle wegen en momenten waarop een kleine fout grote gevolgen kan hebben.
Als we overigens naar de cijfers van de DGT kijken van 1 januari tot en met 31 maart, dan zien we dat er in totaal 196 mensen zijn overleden op de Spaanse wegen. Dat is 22 procent minder dan de 252 verkeersdoden in dezelfde periode in 2022.
