SpanjeVandaag is de eerste en grootste digitale krant met actueel en dagelijks nieuws over Spanje in het Nederlands.

Spanje bevestigt positie als vierde economie van de EU, met Italië in het vizier

Door Remco Stoffer | 11 augustus 2026 om 09:14 | 4 min. leestijd
Spanje bevestigt positie als vierde economie van de EU, met Italië in het vizier
© depositphotos

Spanje was in 2025 goed voor 1,69 biljoen euro aan bruto binnenlands product en is daarmee officieel de vierde economie van de Europese Unie. Alleen Duitsland, Frankrijk en Italië zijn groter, en het gat met Italië wordt met het jaar kleiner.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Eurostat, het statistiekbureau van de Europese Unie. De cijfers laten zien hoe de 27 lidstaten er economisch voorstaan op basis van het bbp tegen lopende prijzen in 2025. Spanje stond al langer in de top vier, maar de nieuwe cijfers bevestigen dat de voorsprong op landen als België en Nederland verder groeit.

Opvallend in dezelfde dataset is de opmars van Polen. Het Oost-Europese land klom naar de zesde plek en passeerde daarmee België, Zweden, Ierland en Oostenrijk. Voor Nederlanders en Belgen die in Spanje wonen of er vastgoed bezitten, is vooral relevant hoe hun eigen land zich verhoudt tot de Spaanse economie, die inmiddels ruim boven het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp, de totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten) uitkomt.

Hoe groot is de Spaanse economie precies?

Volgens het Spaanse nieuwsmedium Euronews bedroeg het Duitse bbp in 2025 4,47 biljoen euro, gevolgd door Frankrijk met 2,99 biljoen en Italië met 2,26 biljoen. Spanje sloot daarop aan met 1,69 biljoen euro, ruim voor Nederland dat op 1,17 biljoen euro uitkwam. Samen vormen deze vijf landen de kern van de Europese economie: hun gecombineerde bbp maakt een fors deel uit van het totaal van de Unie, dat in 2025 op 18,8 biljoen euro lag.

Duitsland alleen al levert bijna een kwart van de Europese economische productie, Frankrijk zo’n zestien procent en Italië twaalf procent. Spanje groeit weliswaar hard, maar moet nog altijd een fikse afstand overbruggen voordat het de nummer drie van Europa kan bijbenen. Toch is die kloof merkbaar kleiner geworden dan een aantal jaar geleden, mede dankzij de aanhoudend sterke Spaanse groeicijfers die de Spaanse economie al langer typeren.

Wat maakt de Poolse opmars zo bijzonder?

Polen is inmiddels veruit de grootste economie van Centraal- en Oost-Europa. Ter vergelijking: Roemenië kwam in 2025 tot 380,1 miljard euro, Tsjechië tot 347,3 miljard en Hongarije tot 218,8 miljard. Polen laat die landen ver achter zich met een bbp van 922,9 miljard euro, goed voor 4,9 procent van de totale EU-economie.

Die groei is vooral te danken aan jaren van industriële ontwikkeling, sterke export en een toenemende binnenlandse vraag. Het Poolse bbp groeide in 2025 met 3,6 procent, ruim boven het EU-gemiddelde van 1,5 procent. Spanje kende in dezelfde periode eveneens stevige groeicijfers, wat past bij een patroon waarbij de Spaanse economie al jaren harder groeit dan Duitsland, de grootste economie van de Unie.

Betekent een grote economie ook meer welvaart?

Hier wringt de schoen, ook voor Spanje. De omvang van een economie zegt weinig over hoe rijk de gemiddelde inwoner is. Wanneer Eurostat het bbp corrigeert voor het aantal inwoners, blijkt Polen nog altijd onder het EU-gemiddelde te zitten: het Poolse bbp per hoofd van de bevolking lag in 2025 op minder dan 85 procent van het Europese gemiddelde.

Voor Spanje geldt eenzelfde nuance. Het land staat weliswaar op de vierde plaats qua totale economische omvang, maar zakt aanzienlijk verder op de ranglijst zodra wordt gekeken naar bbp per inwoner. Nederland bezet op dat vlak juist een veel hogere positie, ver boven zowel België als Spanje, wat aantoont dat de omvang van een economie iets anders meet dan de welvaart van haar bevolking.

Wat merken Nederlanders en Belgen in Spanje hiervan?

Voor wie in Spanje woont, met pensioen gaat of er een tweede woning overweegt, is dit onderscheid meer dan een statistisch detail. Een grote en groeiende economie zorgt doorgaans voor meer werkgelegenheid, stevigere overheidsfinanciën en een stabielere woningmarkt in de regio’s waar veel expats zich vestigen. Tegelijk blijft de koopkracht van de gemiddelde Spanjaard achter bij die van bijvoorbeeld Nederland of Duitsland, wat zich onder meer vertaalt in prijsverschillen tussen sectoren.

De dienstensector, met toerisme als een van de zichtbaarste onderdelen, blijft een belangrijke motor achter de Spaanse cijfers. Die combinatie van omvang en relatieve welvaart bepaalt uiteindelijk hoe Spanje zich de komende jaren verder ontwikkelt binnen de Europese rangorde, en of het land zijn recente reeks van sterke groeicijfers en een dalende staatsschuld kan volhouden.

Blijf SpanjeVandaag volgen! Vond je dit een interessant artikel? Voeg ons toe als voorkeursbron op Google Nieuws, meld je aan voor de dagelijkse nieuwsbrief of volg ons op WhatsApp and Facebook. Zo mis je nooit de belangrijkste updates uit jouw favoriete regio in Spanje.

Toegankelijkheid

Español English Deutsch Français Português Italiano
Hier staan jouw favorieten