Spaanse huishoudens geven gemiddeld bijna 22.000 euro per jaar uit om hun dagelijkse kosten te dekken. Dat komt neer op ongeveer 66 procent van het bruto jaarinkomen. Een groot deel van het salaris gaat dus direct op aan vaste lasten en basisbehoeften, waardoor er minder ruimte overblijft om te sparen of extra uitgaven te doen.
De grootste kostenpost blijft wonen. Denk daarbij aan huur of hypotheek, water, elektriciteit, gas en andere vaste lasten die bij een woning horen. Vooral de stijgende energieprijzen en hogere huurprijzen zorgen ervoor dat deze uitgaven zwaar doorwegen in het maandbudget van veel gezinnen.
Ook voeding neemt een flink deel van het budget in beslag. Supermarktprijzen zijn de afgelopen jaren gestegen en dat merk je direct in de portemonnee. Voor veel huishoudens betekent dit dat ze bewuster moeten inkopen, aanbiedingen moeten zoeken of moeten besparen op andere uitgaven om rond te komen.
Vervoer is een andere belangrijke kostenpost. Brandstofprijzen, onderhoud van de auto en openbaar vervoer zorgen samen voor een aanzienlijke jaarlijkse uitgave. Vooral gezinnen die buiten de grote steden wonen en afhankelijk zijn van de auto voelen deze kosten sterk.
Daarnaast zijn er uitgaven voor communicatie, zoals internet en telefonie, en voor vrijetijdsbesteding en horeca. Hoewel dit niet altijd als basisbehoefte wordt gezien, maken deze kosten wel deel uit van het dagelijkse leven en drukken ze op het totale budget.
Als je kijkt naar het totale plaatje, zie je dat twee derde van het inkomen opgaat aan dagelijkse uitgaven. Dat laat weinig ruimte over voor sparen of onverwachte kosten. Voor veel gezinnen betekent dit dat financiële planning en het vergelijken van prijzen steeds belangrijker worden om grip te houden op hun budget.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano