De woningprijzen in Spanje zijn in 2025 uitgekomen op het hoogste punt ooit. Nog nooit waren koopwoningen zo duur als nu. Daarmee wordt het voor veel mensen steeds moeilijker om een huis te kopen.
Gemiddeld stegen de prijzen met ongeveer 13 procent vergeleken met 2024 naar gemiddeld 2.230 euro per vierkante meter. Dat betekent dat woningen nu zelfs duurder zijn dan tijdens de vastgoedpiek vóór de crisis van 2008. Vooral nieuwbouwwoningen werden flink duurder, maar ook bestaande huizen zijn duidelijk in prijs gestegen.
In het vierde kwartaal van 2025 stegen de woningprijzen in alle autonome regio’s van Spanje. De sterkste stijging werd gemeten in de regio Madrid, waar de prijzen met 16 procent opliepen tot gemiddeld 3.902 euro per vierkante meter. Daarmee is Madrid de duurste regio van het land. De Balearen volgen met 3.810 euro per vierkante meter. Alleen in deze twee regio’s ligt de prijs boven de 3.000 euro per vierkante meter. Daarna komen Baskenland met 2.967 euro en Catalonië met 2.641 euro per vierkante meter.
De belangrijkste reden voor de prijsstijging is het grote tekort aan woningen. Er worden simpelweg te weinig nieuwe huizen gebouwd, terwijl de vraag juist hoog blijft. Niet alleen Spanjaarden zijn op zoek naar een koopwoning; ook veel buitenlanders willen zich in Spanje vestigen of een tweede huis kopen. Bovendien zien steeds meer mensen vastgoed als een veilige investering.
Voor veel jongeren en gezinnen wordt een koopwoning daardoor onbereikbaar. Omdat kopen lastig is, blijven veel mensen huren. Daardoor blijft ook de huurmarkt onder druk staan en stijgen de huren verder.
Volgens deskundigen zal de stijging in 2026 waarschijnlijk minder sterk zijn. Toch verwachten zij geen daling van de prijzen. Zolang er te weinig woningen zijn en de vraag hoog blijft, blijven de prijzen waarschijnlijk hoog. De vraag is dus of een betaalbare koopwoning nog haalbaar is.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano