De Spaanse olijfolie-industrie verandert snel. Wat vroeger simpele productielocaties waren, worden nu plekken waar je kunt proeven, leren en rondkijken. Steeds meer producenten bouwen hun almazara om tot aantrekkelijke ruimtes, vergelijkbaar met de moderne wijnbodega’s die al jaren toeristen lokken.
Spanje blijft de grootste olijfolieproducent ter wereld en levert meer dan veertig procent van de totale wereldproductie. Na twee lastige jaren door extreme droogte is de oogst in 2024 en 2025 weer op niveau, met ongeveer 1,4 miljoen ton. Toch blijft de sector kwetsbaar door sterke prijsschommelingen en onzeker weer.
Daarom zoeken producenten naar nieuwe manieren om inkomsten te genereren, los van de jaarlijkse oogst. Dat leidt tot een opvallende trend: oleotoerisme. Almazara’s worden opnieuw ingericht met kunst, oude machines, proeverijen en ruimtes waar bezoekers meer leren over de cultuur achter olijfolie.
In regio’s zoals Jaén en Ciudad Real, waar olijfolie al eeuwenlang belangrijk is, groeit deze beweging het snelst. Bezoekers kunnen er zien hoe olie wordt gemaakt, verschillende soorten proeven en producten uit de streek ontdekken. Vaak worden er ook workshops gehouden, zoals het combineren van olijfolie met kaas of lokale lekkernijen.
Sommige bedrijven gaan nog een stap verder en veranderen hun molen in een luxe belevingscentrum. Een bekend voorbeeld is LA Organic, waar je naast rondleidingen ook kunt eten, slapen op een cortijo (boerderij/landhuis) of deelnemen aan exclusieve proeverijen. Voor bezoekers die het echt bijzonder willen maken, worden zelfs helikoptertransfers aangeboden.
Deze nieuwe manier van werken geeft de sector meer stabiliteit en maakt olijfolie aantrekkelijker voor een breder publiek. Wat begon als een eenvoudige productieruimte, verandert nu in een culturele belevenis die het hele jaar door toeristen aantrekt.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano