Spanje ontvangt alweer 17,5 miljoen buitenlandse toeristen voor Pasen
Spanje is 2026 begonnen met een nieuwe toeristische versnelling. In de eerste drie maanden kwamen ruim 17,5 miljoen buitenlandse bezoekers naar het land, terwijl hun uitgaven nog harder stegen dan het aantal reizigers. Onder de grote groep buitenlandse vakantiegangers bevonden zich ook alweer meer dan 1,2 miljoen Nederlanders en Belgen.
Op de terrassen van Málaga, Las Palmas en Barcelona voelt het voorjaar al weken als hoogseizoen. Rolkoffers ratelen vroeg over de stoep, hotelrecepties draaien op volle bezetting en op de plaza’s schuiven Noord-Europeanen aan alsof april al augustus is.
Volgens berichtgeving in het vakblad Hosteltur, op basis van cijfers van het Spaanse statistiekbureau INE, lag het aantal internationale toeristen in het eerste kwartaal 2,5 procent hoger dan in dezelfde periode van 2025. Samen gaven zij 24 miljard euro uit, een stijging van 6,3 procent. Dat verschil zegt veel. Spanje krijgt niet alleen meer bezoekers, maar vooral bezoekers die per reis meer besteden.
De Britten blijven de grootste groep. Tot en met maart kwamen er bijna 3,2 miljoen toeristen uit het Verenigd Koninkrijk naar Spanje.
Daarachter volgen Duitsland met bijna 2,1 miljoen bezoekers en Frankrijk met ruim 2 miljoen. Opvallend is dat de Duitse markt weer aantrekt, terwijl het aantal Franse reizigers met 5,9 procent daalde. Dat laatste wordt in Spaanse kustplaatsen met aandacht gevolgd, want Franse toeristen zijn belangrijk voor korte vakanties, vooral in Catalonië, Baskenland en langs de Middellandse Zee. Voor hotels betekent zo’n verschuiving direct iets: andere aankomstdagen, andere boekingskanalen en vaak ook een ander bestedingspatroon.
De Nederlanders en Belgen zijn ook trouwe vakantiegangers in Spanje. Tot eind maart kreeg Spanje 762.150 Nederlanders en 509.085 Belgen op bezoek. In beide gevallen daalde het aantal toeristen met respectievelijk 5 en 3,7 procent. In de eerste drie maanden kwamen er echter toch 762.150 Nederlanders en 509.085 Belgen naar Spanje voor een vakantie.
De Canarische Eilanden waren in de eerste drie maanden van dit jaar opnieuw de grote winnaar. De eilandengroep ontving 4,5 miljoen buitenlandse bezoekers, 2,8 procent meer dan een jaar eerder.
Dat is geen toeval. In de wintermaanden zijn Tenerife, Gran Canaria en Lanzarote voor veel Europeanen het dichtstbijzijnde antwoord op zonzekerheid. Catalonië kwam uit op 3,5 miljoen bezoekers, maar noteerde een daling van 2,6 procent. Andalusië groeide juist stevig door naar 2,7 miljoen toeristen, mede dankzij steden als Sevilla, Córdoba en Málaga, waar het voorjaarsseizoen steeds belangrijker wordt.
De verdeling van de uitgaven laat zien waar Spanje echt aan verdient. De Canarische Eilanden pakten 27,7 procent van alle buitenlandse toeristische bestedingen, gevolgd door Catalonië met ruim 17 procent en Madrid met 16,6 procent.
Voor Spanje is dit goed nieuws, maar ook ongemakkelijk nieuws. In steden als Barcelona, Palma en Málaga groeit de discussie over huurprijzen, drukte en de grenzen van toerisme. De Spaanse overheid kijkt daarom steeds vaker naar kwaliteit boven volume: meer inkomsten per bezoeker, minder druk op wijken en stranden. Dat klinkt logisch. Op straat is het ingewikkelder, want voor veel cafés, taxi’s, schoonmakers en kleine hotels is elke koffer simpelweg brood op de plank.
Over Remco Stoffer