In grote delen van Spanje hebben boeren te maken met een serieus probleem: een explosieve groei van het aantal konijnen. Wat voor veel mensen een onschuldig dier lijkt, richt op het platteland enorme schade aan. Vooral akkers met graan, maar ook wijngaarden, fruitbomen en amandelbomen worden kaalgevreten.
Volgens landbouworganisaties komen in sommige gebieden tot honderd konijnen per vierkante kilometer voor. Alleen al in de provincie Guadalajara zou meer dan 3.000 hectare landbouwgrond zijn getroffen. Boeren zien complete oogsten verdwijnen en maken zich grote zorgen over hun inkomsten.
In regio’s zoals Madrid, Toledo en delen van Castilla-La Mancha is de situatie nijpend. Sommige boeren spreken van schade die kan oplopen tot tienduizenden euro’s per bedrijf. In veel gevallen blijft er weinig over van het ingezaaide land, waardoor een heel seizoen verloren gaat.
Boerenorganisaties willen dat de regionale overheden ingrijpen. Zij pleiten onder meer voor langere jachtperiodes om het aantal konijnen terug te dringen. Het huidige jachtseizoen is afgesloten en mag pas over enkele jaren opnieuw worden geopend, iets wat volgens de boeren totaal niet aansluit bij de ernst van het probleem.
Deskundigen wijzen op meerdere oorzaken voor de plaag. Minder jagers, veranderingen in het landschap en een gebrek aan natuurlijke vijanden hebben ervoor gezorgd dat de konijnen zich ongecontroleerd kunnen voortplanten. Eerdere maatregelen blijken onvoldoende effectief te zijn geweest.
Naast economische schade zijn er ook zorgen over de volksgezondheid. Grote aantallen konijnen trekken teken aan, die ziektes kunnen overbrengen op mensen en dieren. Boeren voelen zich hierdoor niet alleen financieel, maar ook maatschappelijk in de steek gelaten.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano