In Spanje zijn in 2024 in totaal 887.000 dieren gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Dat betekent een duidelijke daling van 23 procent vergeleken met 2023. De cijfers komen uit het nieuwste transparantierapport van de Confederación de Sociedades Científicas de España, waarin ook gegevens van het Spaanse ministerie van Landbouw zijn verwerkt.
De afname past binnen een langere trend. Sinds 2009, het eerste jaar waarin deze statistieken werden vastgelegd, is het aantal gebruikte proefdieren met ongeveer 37 procent gedaald. Volgens onderzoekers is dit onder meer te danken aan strengere regelgeving, betere onderzoeksopzet en het toenemende gebruik van alternatieve methoden.
Muizen blijven veruit de meest gebruikte dieren en waren goed voor bijna 50 procent van het totaal. Daarna volgden vissen met 21 procent, al is hun gebruik meer dan gehalveerd. Vogels vormden 17 procent van het totaal en zijn juist vaker ingezet dan een jaar eerder. Andere diergroepen zoals reptielen en inktvissen werden minder vaak gebruikt, maar laten wel een lichte stijging zien.
Een groot deel van de dierproeven had te maken met onderzoek naar kanker. Ook studies naar hart- en vaatziekten en het zenuwstelsel namen een belangrijk aandeel in. De meeste experimenten werden geclassificeerd als licht of matig belastend voor de dieren. Slechts een klein deel viel in de zwaarste categorie.
Opvallend is ook de groeiende openheid van onderzoeksinstellingen. In 2024 gaf bijna 65 procent van de deelnemende organisaties via hun website informatie over het gebruik van proefdieren. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van eerdere jaren en laat zien dat transparantie steeds belangrijker wordt.
Ondanks de daling blijft het onderwerp gevoelig. Wetenschappers benadrukken dat dierproeven in sommige gevallen nog onmisbaar zijn, omdat goede alternatieven ontbreken. Tegelijkertijd groeit de druk om sneller te investeren in proefdiervrije methoden en innovatie.


Español
English
Deutsch
Français
Português
Italiano